Vrienden, vriendschappen en autisme

Vrienden zijn voor veel mensen onmisbaar. Een goede vriend om mee te lachen, te huilen en ervaringen samen te delen. Dus ook in het leven van jouw zoon of dochter met autisme zijn vrienden belangrijk! Hoewel zij soms andere eisen stellen aan een vriendschap en ook andere verwachtingen ervan zullen hebben, is het zeker niet waar dat kinderen met autisme liever alleen zijn. In dit artikel vertellen we jullie waarom kinderen met autisme soms andere dingen van een vriendschap verwachten, hoe je als ouder kan helpen, maar vooral ook hoe je als ouder soms een beetje vertrouwen moet hebben.

Autisme en sociale prikkelsVrienden en autisme

Veel mensen hadden toen ze opgroeiden (en nu vaak nog steeds) een beste vriend (of vrienden) en daar wilde je het liefst alles mee delen! Huiswerk maken is bijvoorbeeld zoveel leuker als je het samen doet. En die ene nieuwe film wil je allebei graag zien. Nieuwe kleren kopen kan natuurlijk ook niet zonder de adviezen van je beste vriend/vriendin. Ofwel, je zag en sprak elkaar vaak. Kinderen met autisme zijn hier een stuk terughouder in. Hoewel zij net zo graag een beste vriend willen, kost het voor veel kinderen met autisme meer energie om elke dag face-to-face sociaal contact te hebben met anderen. Een groot deel hiervan is te verklaren door de overprikkeling die kinderen met autisme vaak ervaren in sociale situaties. Lees meer over overprikkeling in dit artikel, of kijk dit filmpje om het zelf te ervaren. In een sociale situatie zitten zoveel verschillende prikkels dat het erg vermoeiend kan zijn voor iemand met autisme. Denk maar aan lichaamstaal, gesproken taal, de manier waarop iets wordt gezegd (sarcasme?), gezichtsuitdrukkingen en ga zo maar door. Dankzij deze overprikkeling hebben kinderen met autisme vaak andere eisen/verwachten van een vriendschap. Enkele voorbeelden:

  • Niet elke dag afspreken
  • Liever met 1 of 2 andere vrienden afspreken dan met een hele groep
  • Liever thuis afspreken dan bij anderen of op een openbare plek
  • Van te voren afspreken wat je gaat doen samen
  • Van te voren afspreken hoelang je iets gaat doen

Als ouder kan je soms het idee hebben dat jouw zoon of dochter helemaal geen vrienden heeft. Hij zit na school altijd alleen op zijn kamer spelletjes te spelen en neemt nooit eens iemand mee naar huis. Maak je niet meteen teveel zorgen! Het kan zijn dat jouw zoon of dochter elke dag met zijn vrienden aan het chatten is! Online spelletjes, chatprogramma’s en zelfs bellen via een spel of skype zijn voor kinderen met autisme prachtige manieren om een vriendschap te onderhouden met iemand zonder zich constant zorgen te moeten maken over al die sociale cues!

Vrienden
Vrienden en autisme

Dat kinderen met autisme wat andere eisen stellen aan hun vriendschappen wil zeker niet zeggen dat ze geen vrienden kunnen hebben. Soms komen de vriendschappen zelfs uit een onverwachte hoek. Bijvoorbeeld een jongen met ADHD die beste vrienden is met een jongen met autisme. Hoe kunnen twee jongens die zo verschillend zijn toch vrienden zijn? Eigenlijk draait het maar om 1 ding: begrip. Uiteraard zal iemand die een beetje hetzelfde is het sneller begrijpen wat jouw zoon of dochter van een vriendschap verwacht, maar denk hierom niet dat jouw zoon of dochter automatisch bevriend kan raken met iemand die ook autisme heeft. De andere belangrijke basis van een vriendschap blijft namelijk toch gedeelde interesses. Als iemand van dezelfde films en spelletjes houdt is het makkelijker om met die persoon vrienden te worden dan iemand die van heel andere dingen houdt, maar wel dezelfde eisen stelt aan een vriendschap.

Helpen

Als ouder kan je natuurlijk een beetje helpen om de vriendschappen tot stand te laten komen en te behouden. Probeer bijvoorbeeld met jouw zoon of dochter te praten over de verwachtingen die hij heeft van een vriendschap en maak ook duidelijk dat hij of zij deze ook kan vertellen aan zijn of haar vriend. Eventueel kan je als ouder contact opnemen met de ouders van de vriend om te overleggen. Het belangrijkste is dat je als ouder niet te veel invloed gaat uitoefenen op de vriendschap. Probeer er te zijn als jouw kind erover wil praten en start misschien zelf een gesprek als je merkt dat het echt nodig is, maar laat jouw zoon of dochter zoveel mogelijk zelf doen. Als ouder kan je wel helpen door bijvoorbeeld te zeggen dat vrienden bij jullie altijd welkom zijn. Of wat coulanter te zijn over de computertijd als dat de manier is waarop jouw zoon of dochter communiceert met zijn vrienden. Zo creëer je een veilige basis voor jouw kind om vriendschappen te maken en te onderhouden zonder dat je, je als ouder teveel ermee hoeft te bemoeien.

Neurofeedback en autisme

Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die in alle gebieden van een leven tot uiting komt. Wanneer jouw kind een stoornis in het autisme spectrum heeft, kunnen er zich dus op veel verschillende gebieden problemen voor doen. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat de hersenen van mensen met autisme op een andere manier werken dan bij angry-boymensen zonder autisme. Prikkels komen anders binnen, mensen met autisme letten veel meer op de details dan het grote geheel.

Er is veel onderzoek gedaan om een manier te vinden om het leven met een autisme spectrum stoornis makkelijker te maken, want autisme genezen kan natuurlijk niet. Daar is de stoornis veel te complex voor. Veel van de behandelingen voor autisme zijn gericht op het sociale aspect: hoe kan mijn kind leren omgaan in sociale situaties, of hoe vergroot ik de zelfredzaamheid van mijn kind. Deze behandelingen en trainingen pakken maar een gedeelte van de stoornis aan. Hierbij wordt de  lichamelijke kant niet meegenomen.

Neurofeedback-training

IMG_4395
Bianca als proefkonijn voor mijn EEG onderzoek

Tegenwoordig is er ook een behandelmethode die zich richt op de hersengolven van kinderen met autisme. Dit wordt ook wel neurofeedback-training genoemd. Hersengolven kun je meten met een EEG onderzoek. Bij een EEG onderzoek heb je kapje op je hoofd waarop allerlei elektroden zijn verbonden. Iedere elektrode is weer gelinkt aan een stukje van de hersenen. De elektroden meten de activiteit van dat stuk van de hersenen, en zo kunnen de onderzoekers er achter komen welk stuk van de hersenen actief is wanneer er bijvoorbeeld een prikkel wordt getoond. Dit is ook de basis van de neurofeedback-training. Bij sommige kinderen met autisme wijken de hersengolven af in vergelijking met kinderen zonder autisme. Vanwege de grote verschillen bij kinderen met autisme zijn er natuurlijk ook veel verschillen te zien in het hersenbeeld bij kinderen met autisme. Maar uit onderzoek blijkt wel dat bij kinderen en volwassenen met autisme de activiteit in het achterste gedeelte van de hersenen afwijkt. Juist dit gedeelte speelt een belangrijke rol bij de verwerking van sociale informatie uit de omgeving. Een training duurt ongeveer 30 minuten, waarop je op een fijne stoel kan zitten. Je kijkt naar een beeldscherm waarop meestal een soort videospel wordt afgespeeld. Tijdens de neurofeedback-training worden de hersengolven in de gaten gehouden, en wanneer de activiteit op een gewenst niveau zit, wordt het kind beloond door middel van een beeld of signaaltje. Het is de bedoeling dat je hierdoor zo wordt getraind, dat de hersenen op een “gezonde” activiteit gaan functioneren. De training is geheel pijnloos. Wanneer de training is afgelopen zal er worden uitgelegd hoe de training is verlopen en zal de neurofeed-back trainer ook de hersenactiviteit laten zien.

Resultaten

Naar neurofeedback-training wordt nog heel veel onderzoek gedaan. Op dit moment is het nog niet geheel bewezen dat het echt een effectieve manier van behandelen is, want hier is nog meer onderzoek voor nodig. Wel zijn de eerste resultaten veelbelovend. Uit een aantal onderzoeken blijkt namelijk er bij ongeveer 80% van de mensen die de training hebben ondergaan een afname is van klachten. Bijvoorbeeld een verbetering van de prikkelverwerking. Kinderen met autisme leren op deze manier om prikkels beter te filteren, waardoor hun hoofd minder wordt overspoeld door een teveel aan informatie en details. Ook lijkt er een afname te zijn in stereotiep en repetitief gedrag. Een belangrijk resultaat is ook de verbetering van aandacht en concentratie, wat met name bij kinderen met autisme en ADHD een groot pluspunt kan zijn. Ook kan neurofeedback-training helpen bij het plannen en organiseren van het eigen gedrag. Wanneer je al deze verbeteringen op een rijtje zet, kun je wel begrijpen dat dit ook leidt tot verbeteringen bijvoorbeeld op school en op andere vlakken.

 

Hier een filmpje over neurofeedback in de praktijk, van een kind met ADHD.

Verkeer en autisme

Kunnen verkeer en autisme wel samengaan? In het verkeer gebeurt van alles en op drukke kruispunten kan het soms erg on overzichtelijk worden. Verkeerslichten die verspringen of misschien zelfs oranje knipperen, zebrapaden, haaientanden, verkeersborden met allerlei informatie, auto’s die toeteren, fietsers die overal doorheen crossen en voetgangers die alleen met hun mobiel bezig zijn. Voor kinderen met autisme kan een druk kruispunt om deze reden een angstaanjagende plek zijn. In dit artikel willen we als eerste uit leggen waarom het zo verwarrend kan zijn voor iemand met autisme om bij een druk kruispunt te moeten oversteken. Uiteraard geven we je ook weer tips over hoe je als ouder jou zoon of dochter kan helpen in het verkeer.

Druk, druk, drukverkeer autisme

Zoals we in een vorig artikel uitlegde, nemen kinderen met autisme prikkels anders waar. Het vallen van een potlood kan klinken als het vallen van een pan en een ferme handdruk voelt alsof de hand vastzit in een duimschroef. In een drukke verkeerssituatie vliegen de prikkels je natuurlijk om de oren. In deze stormvloed van prikkels is het voor kinderen met autisme lastig om ze allemaal uit elkaar te houden, betekenis te geven, en te beslissen welke prikkel voorrang verdient. Zo is het voor ons waarschijnlijk erg logisch dat wanneer we een sirene horen, we opzoek gaan waar het geluid vandaan komt, en eventueel aan de kant gaan als dit nodig blijkt. Als iemand met autisme net bezig is om over te steken, kan het zijn dat al zijn energie gaat naar maken van deze actie. Hij kijkt naar het verkeerslicht, steekt over wanneer het groen is en hoopt dat hij snel aan de overkant is. De ambulance die met loeiende sirene’s komt aanrijden, krijgt van hem geen aandacht meer.

Helpen

Een paar negatieve ervaringen, zoals hierboven beschreven, in het verkeer kunnen ervoor zorgen dat iemand met autisme drukke kruispunten gaat vermijden of zelfs niet meer alleen de straat op durft. De straat is een enge en onveilige plek geworden. Als ouder van een kind met autisme kan het net zo eng zijn om jou zoon of dochter de deur uit te zien gaan, wetende dat ze een druk kruispunt moeten trotseren onderweg naar school. Om deze reden geven we jullie graag een paar tips over hoe je de angst voor het verkeer bij jou kind kan weghalen!verkeer autisme2

  • Reis mee: In het begin is het simpelweg het verstandigst om gewoon een paar keer mee te gaan. Bijvoorbeeld bij de overgang naar een nieuwe school, en dus een nieuwe woon-school route. voor het verkennen van een nieuwe route kan je het volgende stappenplan aanhouden (de eerste paar stappen kan je het beste in de vakantie oefenen).
    1. Fiets of loop de route eerst 1 a 2 keer op een rustig moment (bijvoorbeeld zondagochtend). Zo is de eerste “kennismaking” met de route hopelijk een rustige. Als jouw kind de route uit zijn hoofd kent (en niet meer perongeluk links gaat waar hij rechts had moeten gaan) kan je door naar de volgende stap.
    2. Fiets of loop de route op een druk moment, maar nog niet op een moment dat het “noodzakelijk” is. Hiermee bedoelen we dat je de route enkel wil afleggen om aan het einde eigelijk weer om te keren en naar huis te gaan. Er is nog geen druk van “op tijd op school/werk komen”. Jullie kunnen de route samen rustig afleggen en kijken wat er anders is op een druk moment. Zijn er meer auto’s, fietsers, voetgangers? Is er meer geluid? Houdt iedereen zich aan de regels? Als de route ook op een druk moment goed gaat is het tijd voor de volgende stap!
    3. Het is tijd voor de eerste schooldag! Vertrek de eerste paar dagen ruim op tijd van huis en reis ook nog mee met jouw zoon of dochter. Eventueel kan je zelfs afspreken dat je op een afstand van 5 meter “volgt”. Dat mag jouw kind alle beslissingen in het verkeer zelf nemen, maar ben je als ouder toch nog veilig dichtbij. Gaat ook dit goed? Tijd voor de laatste stap.
    4. Alleen reizen: De moeilijkste stap voor zowel kind als ouder. Tijd om het alleen te gaan doen!
  • Laat anderen meereizen: Altijd door je moeder of vader naar school gebracht worden is natuurlijk niet cool. Maar met een groepje vrienden naar school fietsen is prima. Moedig het als ouder aan om met vrienden of klasgenoten samen naar school te reizen. In een groepje kan jouw zoon of dochter iets meer vertrouwen op de acties die zij maken in het verkeer. LET OP: Soms kan het meefietsen in een groep juist voor nog meer stress zorgen. Zeker als dit een druk groepje is dat graag stukjes afsnijdt, gilt naar vrienden die aan de overkant fietsen, of het zelf niet zo nauw nemen met de verkeersregels. Het is een beetje puzzelen wat het beste werkt voor jouw zoon of dochter. Lekker rustig alleen fietsen, of in een vertrouwd groepje.verkeer autisme3
  • Verkeersregels: Bespreek de verkeersregels goed met jouw zoon of dochter. Wat is leidend: de verkeerslichten of het zebrapad? En wat als de verkeerslichten oranje knipperen? Wat als je een sirene hoort? Heeft iedereen van rechts altijd voorrang? Je kan eerst de regels bespreken die vooral van belang zijn voor de route die jouw kind vaak moet reizen. Gaat jouw zoon of dochter steeds vaker alleen op pad, naar steeds verschillende adressen (naar de sportvereniging, naar vrienden, naar het voetbalveldje etc) dan kan je de verkeersregels nog een keer wat meer globaal bespreken.
  • Beloningen: We noemen ze best vaak in onze artikelen, maar beloningen helpen dan ook vaak zo goed! Een week lang helemaal alleen naar van en naar school gefietst? Dan eten we vrijdagavond lekker patat (of friet).
  • Hulpmiddelen: Er zijn allerlei hulpmiddelen die jouw kind kunnen helpen in het drukke verkeer. Bijvoorbeeld een app met de route zodat je de weg niet vergeet. Of een koptelefoon zodat alle geluiden wat gedempter binnenkomen. Mocht er toch iets gebeuren, dan is het fijn als jouw kind een auti-pas bij zich heeft zodat iedereen jouw kind gericht kan helpen.

Hopelijk wordt het reizen in het verkeer met deze tips weer wat minder eng. In een volgend artikel zullen we tips geven voor het reizen in het OV!

 

Behandelingen en autisme

Wanneer jouw zoon of dochter een diagnose in het autisme spectrum stoornis krijgt, betekent het niet dat hij of zij meteen in therapie moet gaan. Er bestaat ook geen behandeling om autisme te genezen. De behandeling of begeleiding voor kinderen met autisme is er vooral op gericht om bijkomende problemen te verminderen. Het kan zijn dat jouw kind op dit moment geen problemen ondervindt in bijvoorbeeld de sociale omgang of op school. Wanneer er wel problemen beginnen te ontstaan en je aan behandeling of begeleiding zit te denken, is het handig om vooraf na te gaan wat de mogelijkheden zijn. Er zijn veel verschillende vormen, die zich op de verschillende probleemgebieden richten. In dit artikel zal ik een aantal trainingen en tJeri+Johnsonherapieën op een rijtje zetten.

TOM-training

De ‘theory of mind‘ ofwel TOM staat centraal bij deze training. TOM is het vermogen van iemand om zich in te kunnen leven in de ander, en kunnen bedenken dat de ander gevoelens en gedachten heeft die anders kunnen zijn dan je eigen gevoelens en gedachten. Sommige kinderen met autisme kunnen hier moeite mee hebben, en bij hen moet de TOM nog wat ontwikkelen. In de TOM-training leren deze kinderen bijvoorbeeld om emoties te herkennen en hoe je in sommige sociale situaties kan reageren. Meestal bestaat de training uit een aantal groepssessies en oefeningen voor thuis. De training is geschikt voor kinderen van 5 tot 12 jaar.

ABA-training

Applied Behavior Analysis, ofwel ABA-training is een training gericht op de ontwikkeling van het kind met autisme. De training bestaat uit oefeningen die helpen bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld zelfredzaamheid, sociale vaardigheden, maar ook schoolse vaardigheden. Op een spelende manier wordt het kind gestimuleerd door middel van beloning en positieve feedback. Hierdoor leert het kind op een leuke manier nieuw gedrag aan die hij of zij ook in andere situaties kan gebruiken. Het is een intensieve langdurige training die 1 op 1 wordt gegeven door een begeleiders die hiervoor een cursus hebben gevolgd. Ook de ouders spelen een rol in de training en krijgen oefeningen van de ABA-trainer. Geschikt voor elke leeftijd.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie kan worden ingezet bij hoog functionerende kinderen vanaf 12 jaar met autisme. In de therapie leert het kind op een andere manier denken over een bepaalde gebeurtenis. Deze gebeurtenis wekt gedachten en gevoelens op en aan de hand hiervan reageert een kind met een bepaald gedrag. Wanneer het kind samen met de therapeut op een andere manier over de gebeurtenis leert denken, heeft dit ook effect op de gevoelens en het gedrag van het kind. Op deze manier leert het kind ander gedrag aan. De behandeling bestaat uit een aantal 1 op 1 sessies met een psycholoog of psychotherapeut.

PRT-behandeling1180112_61021861

De pivotal response treatment is een behandeling voor kinderen met autisme en richt zich op het ontwikkelen en vergroten van de interactie met anderen. Net als bij ABA-training wordt de interactie beloond waardoor kinderen steeds meer interactiegedrag laten zien. Op deze manier leert het kind op een leuke manier nieuwe sociale vaardigheden aan en wordt het zelfvertrouwen vergroot. In de behandeling spelen de ouders de belangrijkste rol. De begeleider leert aan ouders hoe en wat zij moeten doen. De ouders spelen vervolgens met het kind en leren hen zo nieuwe vaardigheden aan. Geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.

Zoals je kunt lezen richten deze trainingen en behandelingen zich vooral op de sociale vaardigheden van het kind. Er zijn ook een aantal behandelingen die zich richten op de biologische kant van autisme, zoals neurofeedback training en het gebruik van medicijnen. Hierover zal binnenkort een artikel over worden gepubliceerd.

Puberteit en autisme

Tijdens de puberteit gebeurt en verandert er veel in het leven van jongeren. Deze veranderingen gaan ook bij jongeren met autisme niet onopgemerkt voorbij. Sterker nog, voor jongeren met autisme kunnen alle veranderingen nog vervelender zijn dan bij anderen. In dit artikel vertellen we waarom de puberteit voor jongeren met autisme zwaarder kan zijn en natuurlijk hoe je als ouder kan helpen. Dit doen we aan de hand van twee hele verschillende pubers; Peter en Dani.

Peter

Peter is een jongen van 16 jaar en hij heeft een autisme spectrum stoornis. Hij zit op het VMBO in de vierde klas en hij heeft een vaste groep vrienden. Het gaat niet zo goed meer op school met Peter. Hij haalt enkel nog onvoldoendes en spijbelt erg veel. Het is vrijwel zeker dat hij dit jaar blijft zitten, maar Peter zelf lijkt hier niet echt van onder de indruk. Hij gaat liever met zijn vrienden chillen bij het skatepark. Hij is al tweemaal door de politie thuisgebracht omdat hij iets had gestolen uit de supermarkt (energie drank en chips). Thuis is Peter ook erg veranderd. Doordeweeks ging hij vroeger graag naar de schaakclub, maar nu vindt hij dat niet “cool”. Peter zit als hij thuis is de hele tijd op zijn kamer te gamen. Hij heeft vaak ruzie met zijn ouders en in de weekenden komt Peter soms de hele dag (of nacht) niet thuis.

Wat is er aan de hand met Peter?puberteit

Peter lijkt in veel opzichten een typische puber. Hij maakt ruzie met zijn ouders, vindt zijn vrienden erg belangrijk en school juist niet meer belangrijk. Toch lijkt het bij Peter verder te gaan dan gewoon pubergedrag. Hij gaat stelen en spijbelen en is hele dagen niet thuis. Jongens als Peter kunnen zich soms laten meesleuren in een vriendengroep. Cool willen zijn en indruk maken op je vrienden willen veel pubers, maar omdat jongeren met autisme minder inlevingsvermogen hebben, kunnen zij hier soms in door slaan. Ze zien niet in dat wat zij doen anderen pijn kan doen en laten soms sneller grensoverschrijdend gedrag zien. Daarnaast merken jongeren met autisme in de puberteit vaak dat zij “anders” zijn dan anderen. Dit kan ervoor zorgen dat ze extra hard hun best gaan doen om er toch nog bij te horen.
Als ouder kan het erg lastig zijn om met dit gedrag om te moeten gaan. Jouw zoon of dochter lijkt compleet veranderd en niets lijkt te helpen. Probeer als ouder duidelijke grenzen te creëren en als jouw zoon of dochter die overschrijdt zet daar dan een straf tegenover. Zet daarnaast ook nog steeds beloningen tegenover goed gedrag en laat zien dat jouw zoon of dochter jouw vertrouwen kan winnen. Als jouw kind bijvoorbeeld drie keer op rij netjes op de afgesproken thuis komt, zeg dan dat ze de volgende keer later mogen thuis komen.

Probeer ook zo veel mogelijk op de hoogte te zijn van wat jouw zoon of dochter op het moment allemaal doet. Welke vakken gaan minder goed? Wie zijn zijn beste vrienden? Hoe gaat het op zijn sportvereniging? Heeft hij ruzie met iemand? Welke spelletjes speelt hij op zijn playstation? Zo signaleer je het sneller wanneer er ergens iets niet goed gaat (ruzie met zijn beste vriend?) en laat je ook merken dat je geïnteresseerd bent in zijn leven. Als het gedrag van jouw zoon of dochter echt helemaal uit de hand loopt en je weet echt niet meer wat je moet doen, kan je de hulp van een ander inschakelen. Er zijn trainingen speciaal voor pubers met autisme en soms helpt het alleen al als jouw zoon of dochter even met iemand anders kan praten over wat hij of zij allemaal meemaakt. Daarnaast is dit ook een mooie gelegenheid voor jouw zoon of dochter om andere jongeren met autisme te ontmoeten.

Dani

Dani is een meisje van 15 jaar en ze zit in de derde klas van het VWO. Op school gaat het erg goed. Ze haalt hoge cijfers en in de klas is ze erg rustig. Als Dani thuiskomt drinkt ze altijd eerst een kopje thee met haar moeder en gaat daarna een uurtje aan haar huiswerk zitten op haar kamer. Dani helpt graag mee in het huishouden en in de avond kijkt ze samen met haar ouders tv of leest ze een stripboek in de woonkamer. Drie keer per week krijgt Dani pianolessen thuis en dit vind ze erg leuk. Daarnaast is Dani erg fan van stripboeken en films over superhelden en ze verzamelt hier alles van. Ze kan ook uren praten over haar favoriete helden. Toch maken haar ouders zich zorgen. Dani lijkt soms erg somber en praat op sommige dagen liever niet over school. Daarnaast doet Dani eigenlijk nooit wat met vrienden en is ze liever thuis bij haar ouders.

Wat is er met Dani aan de hand?puberteit1

Dani klinkt als een perfecte puber, toch? Geen ruzie, helpt in het huishouden en haalt goede cijfers op school. Een voorbeeldig kind, maar waarschijnlijk had je toch zo je zorgen toen je het stukje over Dani las. Waarom doet Dani nooit wat met vrienden en waarom praat ze liever niet over school? Net als Peter realiseert Dani zich waarschijnlijk dat ze anders dan anderen. In plaats van extra haar best te doen om erbij te horen, lijkt Dani zich erbij neer te leggen. Als ouder kan het soms erg moeilijk zijn om te merken dat er iets niet goed gaat. Kinderen praten niet graag over wat er verkeerd gaat en leggen de schuld bij zichzelf. Het is wederom belangrijk om te proberen als ouder zo goed mogelijk op de hoogte te zijn van het leven van jouw zoon of dochter. Misschien wordt Dani wel gepest op school. Of misschien wordt ze simpelweg genegeerd door de andere klasgenoten. Als je merkt dat het voor jouw zoon of dochter moeilijk is om vriendschappen te maken of om voor zichzelf op te komen, dan kan je als ouder proberen te helpen. Probeer niet te beschermend te zijn, maar probeer wel kansen te creëren. Probeer of jouw zoon of dochter misschien lid wil worden van een sport of hobby vereniging. Daar kan jouw zoon of dochter mensen ontmoeten die dezelfde dingen leuk vinden. Ook is het weer belangrijk om aan te geven dat jij altijd klaar staat voor en goed gesprek.

Net als bij Peter bestaan er ook voor Dani trainingen die zij kan volgen om wat weerbaarder te worden. Daarnaast leert ze op deze training misschien wel een paar nieuwe vrienden kennen.

Relax

De puberteit kan een turbulente periode zijn en daarom is mijn belangrijkste tip “relax”. Als jouw zoon ofpuberteit2 dochter een keertje spijbelt is hij of zij niet meteen een jeugdcrimineel en als jouw zoon of dochter liever thuis op de bank zit dan in een drukke discotheek is hij of zij niet meteen een kluizenaar. Er zullen waarschijnlijk wel ruzies komen, maar wees daar blij mee. Dat klinkt misschien een beetje raar, maar jouw zoon of dochter is bezig om een eigen identiteit op te bouwen en dat is juist hartstikke mooi! Dus relax, ook de puberteit gaat weer voorbij en misschien als jouw zoon of dochter 25 is, biedt ze eindelijk haar excuses aan voor de gebroken vaas of voor die ene avond dat ze veel te laat thuis kwam. Je rol van ouder verandert van superheld in mentor en dat zal even wennen zijn. Maar ook deze rol is super leuk en het geeft nieuwe mogelijkheden om een band op te bouwen met jouw zoon of dochter. Oefen het tot 10 tellen, ga af en toe even naar een yoga les en probeer altijd begripvol te blijven. Relax, het komt wel goed ;-).