Vrienden, vriendschappen en autisme

Vrienden zijn voor veel mensen onmisbaar. Een goede vriend om mee te lachen, te huilen en ervaringen samen te delen. Dus ook in het leven van jouw zoon of dochter met autisme zijn vrienden belangrijk! Hoewel zij soms andere eisen stellen aan een vriendschap en ook andere verwachtingen ervan zullen hebben, is het zeker niet waar dat kinderen met autisme liever alleen zijn. In dit artikel vertellen we jullie waarom kinderen met autisme soms andere dingen van een vriendschap verwachten, hoe je als ouder kan helpen, maar vooral ook hoe je als ouder soms een beetje vertrouwen moet hebben.

Autisme en sociale prikkelsVrienden en autisme

Veel mensen hadden toen ze opgroeiden (en nu vaak nog steeds) een beste vriend (of vrienden) en daar wilde je het liefst alles mee delen! Huiswerk maken is bijvoorbeeld zoveel leuker als je het samen doet. En die ene nieuwe film wil je allebei graag zien. Nieuwe kleren kopen kan natuurlijk ook niet zonder de adviezen van je beste vriend/vriendin. Ofwel, je zag en sprak elkaar vaak. Kinderen met autisme zijn hier een stuk terughouder in. Hoewel zij net zo graag een beste vriend willen, kost het voor veel kinderen met autisme meer energie om elke dag face-to-face sociaal contact te hebben met anderen. Een groot deel hiervan is te verklaren door de overprikkeling die kinderen met autisme vaak ervaren in sociale situaties. Lees meer over overprikkeling in dit artikel, of kijk dit filmpje om het zelf te ervaren. In een sociale situatie zitten zoveel verschillende prikkels dat het erg vermoeiend kan zijn voor iemand met autisme. Denk maar aan lichaamstaal, gesproken taal, de manier waarop iets wordt gezegd (sarcasme?), gezichtsuitdrukkingen en ga zo maar door. Dankzij deze overprikkeling hebben kinderen met autisme vaak andere eisen/verwachten van een vriendschap. Enkele voorbeelden:

  • Niet elke dag afspreken
  • Liever met 1 of 2 andere vrienden afspreken dan met een hele groep
  • Liever thuis afspreken dan bij anderen of op een openbare plek
  • Van te voren afspreken wat je gaat doen samen
  • Van te voren afspreken hoelang je iets gaat doen

Als ouder kan je soms het idee hebben dat jouw zoon of dochter helemaal geen vrienden heeft. Hij zit na school altijd alleen op zijn kamer spelletjes te spelen en neemt nooit eens iemand mee naar huis. Maak je niet meteen teveel zorgen! Het kan zijn dat jouw zoon of dochter elke dag met zijn vrienden aan het chatten is! Online spelletjes, chatprogramma’s en zelfs bellen via een spel of skype zijn voor kinderen met autisme prachtige manieren om een vriendschap te onderhouden met iemand zonder zich constant zorgen te moeten maken over al die sociale cues!

Vrienden
Vrienden en autisme

Dat kinderen met autisme wat andere eisen stellen aan hun vriendschappen wil zeker niet zeggen dat ze geen vrienden kunnen hebben. Soms komen de vriendschappen zelfs uit een onverwachte hoek. Bijvoorbeeld een jongen met ADHD die beste vrienden is met een jongen met autisme. Hoe kunnen twee jongens die zo verschillend zijn toch vrienden zijn? Eigenlijk draait het maar om 1 ding: begrip. Uiteraard zal iemand die een beetje hetzelfde is het sneller begrijpen wat jouw zoon of dochter van een vriendschap verwacht, maar denk hierom niet dat jouw zoon of dochter automatisch bevriend kan raken met iemand die ook autisme heeft. De andere belangrijke basis van een vriendschap blijft namelijk toch gedeelde interesses. Als iemand van dezelfde films en spelletjes houdt is het makkelijker om met die persoon vrienden te worden dan iemand die van heel andere dingen houdt, maar wel dezelfde eisen stelt aan een vriendschap.

Helpen

Als ouder kan je natuurlijk een beetje helpen om de vriendschappen tot stand te laten komen en te behouden. Probeer bijvoorbeeld met jouw zoon of dochter te praten over de verwachtingen die hij heeft van een vriendschap en maak ook duidelijk dat hij of zij deze ook kan vertellen aan zijn of haar vriend. Eventueel kan je als ouder contact opnemen met de ouders van de vriend om te overleggen. Het belangrijkste is dat je als ouder niet te veel invloed gaat uitoefenen op de vriendschap. Probeer er te zijn als jouw kind erover wil praten en start misschien zelf een gesprek als je merkt dat het echt nodig is, maar laat jouw zoon of dochter zoveel mogelijk zelf doen. Als ouder kan je wel helpen door bijvoorbeeld te zeggen dat vrienden bij jullie altijd welkom zijn. Of wat coulanter te zijn over de computertijd als dat de manier is waarop jouw zoon of dochter communiceert met zijn vrienden. Zo creëer je een veilige basis voor jouw kind om vriendschappen te maken en te onderhouden zonder dat je, je als ouder teveel ermee hoeft te bemoeien.

Verkeer en autisme

Kunnen verkeer en autisme wel samengaan? In het verkeer gebeurt van alles en op drukke kruispunten kan het soms erg on overzichtelijk worden. Verkeerslichten die verspringen of misschien zelfs oranje knipperen, zebrapaden, haaientanden, verkeersborden met allerlei informatie, auto’s die toeteren, fietsers die overal doorheen crossen en voetgangers die alleen met hun mobiel bezig zijn. Voor kinderen met autisme kan een druk kruispunt om deze reden een angstaanjagende plek zijn. In dit artikel willen we als eerste uit leggen waarom het zo verwarrend kan zijn voor iemand met autisme om bij een druk kruispunt te moeten oversteken. Uiteraard geven we je ook weer tips over hoe je als ouder jou zoon of dochter kan helpen in het verkeer.

Druk, druk, drukverkeer autisme

Zoals we in een vorig artikel uitlegde, nemen kinderen met autisme prikkels anders waar. Het vallen van een potlood kan klinken als het vallen van een pan en een ferme handdruk voelt alsof de hand vastzit in een duimschroef. In een drukke verkeerssituatie vliegen de prikkels je natuurlijk om de oren. In deze stormvloed van prikkels is het voor kinderen met autisme lastig om ze allemaal uit elkaar te houden, betekenis te geven, en te beslissen welke prikkel voorrang verdient. Zo is het voor ons waarschijnlijk erg logisch dat wanneer we een sirene horen, we opzoek gaan waar het geluid vandaan komt, en eventueel aan de kant gaan als dit nodig blijkt. Als iemand met autisme net bezig is om over te steken, kan het zijn dat al zijn energie gaat naar maken van deze actie. Hij kijkt naar het verkeerslicht, steekt over wanneer het groen is en hoopt dat hij snel aan de overkant is. De ambulance die met loeiende sirene’s komt aanrijden, krijgt van hem geen aandacht meer.

Helpen

Een paar negatieve ervaringen, zoals hierboven beschreven, in het verkeer kunnen ervoor zorgen dat iemand met autisme drukke kruispunten gaat vermijden of zelfs niet meer alleen de straat op durft. De straat is een enge en onveilige plek geworden. Als ouder van een kind met autisme kan het net zo eng zijn om jou zoon of dochter de deur uit te zien gaan, wetende dat ze een druk kruispunt moeten trotseren onderweg naar school. Om deze reden geven we jullie graag een paar tips over hoe je de angst voor het verkeer bij jou kind kan weghalen!verkeer autisme2

  • Reis mee: In het begin is het simpelweg het verstandigst om gewoon een paar keer mee te gaan. Bijvoorbeeld bij de overgang naar een nieuwe school, en dus een nieuwe woon-school route. voor het verkennen van een nieuwe route kan je het volgende stappenplan aanhouden (de eerste paar stappen kan je het beste in de vakantie oefenen).
    1. Fiets of loop de route eerst 1 a 2 keer op een rustig moment (bijvoorbeeld zondagochtend). Zo is de eerste “kennismaking” met de route hopelijk een rustige. Als jouw kind de route uit zijn hoofd kent (en niet meer perongeluk links gaat waar hij rechts had moeten gaan) kan je door naar de volgende stap.
    2. Fiets of loop de route op een druk moment, maar nog niet op een moment dat het “noodzakelijk” is. Hiermee bedoelen we dat je de route enkel wil afleggen om aan het einde eigelijk weer om te keren en naar huis te gaan. Er is nog geen druk van “op tijd op school/werk komen”. Jullie kunnen de route samen rustig afleggen en kijken wat er anders is op een druk moment. Zijn er meer auto’s, fietsers, voetgangers? Is er meer geluid? Houdt iedereen zich aan de regels? Als de route ook op een druk moment goed gaat is het tijd voor de volgende stap!
    3. Het is tijd voor de eerste schooldag! Vertrek de eerste paar dagen ruim op tijd van huis en reis ook nog mee met jouw zoon of dochter. Eventueel kan je zelfs afspreken dat je op een afstand van 5 meter “volgt”. Dat mag jouw kind alle beslissingen in het verkeer zelf nemen, maar ben je als ouder toch nog veilig dichtbij. Gaat ook dit goed? Tijd voor de laatste stap.
    4. Alleen reizen: De moeilijkste stap voor zowel kind als ouder. Tijd om het alleen te gaan doen!
  • Laat anderen meereizen: Altijd door je moeder of vader naar school gebracht worden is natuurlijk niet cool. Maar met een groepje vrienden naar school fietsen is prima. Moedig het als ouder aan om met vrienden of klasgenoten samen naar school te reizen. In een groepje kan jouw zoon of dochter iets meer vertrouwen op de acties die zij maken in het verkeer. LET OP: Soms kan het meefietsen in een groep juist voor nog meer stress zorgen. Zeker als dit een druk groepje is dat graag stukjes afsnijdt, gilt naar vrienden die aan de overkant fietsen, of het zelf niet zo nauw nemen met de verkeersregels. Het is een beetje puzzelen wat het beste werkt voor jouw zoon of dochter. Lekker rustig alleen fietsen, of in een vertrouwd groepje.verkeer autisme3
  • Verkeersregels: Bespreek de verkeersregels goed met jouw zoon of dochter. Wat is leidend: de verkeerslichten of het zebrapad? En wat als de verkeerslichten oranje knipperen? Wat als je een sirene hoort? Heeft iedereen van rechts altijd voorrang? Je kan eerst de regels bespreken die vooral van belang zijn voor de route die jouw kind vaak moet reizen. Gaat jouw zoon of dochter steeds vaker alleen op pad, naar steeds verschillende adressen (naar de sportvereniging, naar vrienden, naar het voetbalveldje etc) dan kan je de verkeersregels nog een keer wat meer globaal bespreken.
  • Beloningen: We noemen ze best vaak in onze artikelen, maar beloningen helpen dan ook vaak zo goed! Een week lang helemaal alleen naar van en naar school gefietst? Dan eten we vrijdagavond lekker patat (of friet).
  • Hulpmiddelen: Er zijn allerlei hulpmiddelen die jouw kind kunnen helpen in het drukke verkeer. Bijvoorbeeld een app met de route zodat je de weg niet vergeet. Of een koptelefoon zodat alle geluiden wat gedempter binnenkomen. Mocht er toch iets gebeuren, dan is het fijn als jouw kind een auti-pas bij zich heeft zodat iedereen jouw kind gericht kan helpen.

Hopelijk wordt het reizen in het verkeer met deze tips weer wat minder eng. In een volgend artikel zullen we tips geven voor het reizen in het OV!

 

Puberteit en autisme

Tijdens de puberteit gebeurt en verandert er veel in het leven van jongeren. Deze veranderingen gaan ook bij jongeren met autisme niet onopgemerkt voorbij. Sterker nog, voor jongeren met autisme kunnen alle veranderingen nog vervelender zijn dan bij anderen. In dit artikel vertellen we waarom de puberteit voor jongeren met autisme zwaarder kan zijn en natuurlijk hoe je als ouder kan helpen. Dit doen we aan de hand van twee hele verschillende pubers; Peter en Dani.

Peter

Peter is een jongen van 16 jaar en hij heeft een autisme spectrum stoornis. Hij zit op het VMBO in de vierde klas en hij heeft een vaste groep vrienden. Het gaat niet zo goed meer op school met Peter. Hij haalt enkel nog onvoldoendes en spijbelt erg veel. Het is vrijwel zeker dat hij dit jaar blijft zitten, maar Peter zelf lijkt hier niet echt van onder de indruk. Hij gaat liever met zijn vrienden chillen bij het skatepark. Hij is al tweemaal door de politie thuisgebracht omdat hij iets had gestolen uit de supermarkt (energie drank en chips). Thuis is Peter ook erg veranderd. Doordeweeks ging hij vroeger graag naar de schaakclub, maar nu vindt hij dat niet “cool”. Peter zit als hij thuis is de hele tijd op zijn kamer te gamen. Hij heeft vaak ruzie met zijn ouders en in de weekenden komt Peter soms de hele dag (of nacht) niet thuis.

Wat is er aan de hand met Peter?puberteit

Peter lijkt in veel opzichten een typische puber. Hij maakt ruzie met zijn ouders, vindt zijn vrienden erg belangrijk en school juist niet meer belangrijk. Toch lijkt het bij Peter verder te gaan dan gewoon pubergedrag. Hij gaat stelen en spijbelen en is hele dagen niet thuis. Jongens als Peter kunnen zich soms laten meesleuren in een vriendengroep. Cool willen zijn en indruk maken op je vrienden willen veel pubers, maar omdat jongeren met autisme minder inlevingsvermogen hebben, kunnen zij hier soms in door slaan. Ze zien niet in dat wat zij doen anderen pijn kan doen en laten soms sneller grensoverschrijdend gedrag zien. Daarnaast merken jongeren met autisme in de puberteit vaak dat zij “anders” zijn dan anderen. Dit kan ervoor zorgen dat ze extra hard hun best gaan doen om er toch nog bij te horen.
Als ouder kan het erg lastig zijn om met dit gedrag om te moeten gaan. Jouw zoon of dochter lijkt compleet veranderd en niets lijkt te helpen. Probeer als ouder duidelijke grenzen te creëren en als jouw zoon of dochter die overschrijdt zet daar dan een straf tegenover. Zet daarnaast ook nog steeds beloningen tegenover goed gedrag en laat zien dat jouw zoon of dochter jouw vertrouwen kan winnen. Als jouw kind bijvoorbeeld drie keer op rij netjes op de afgesproken thuis komt, zeg dan dat ze de volgende keer later mogen thuis komen.

Probeer ook zo veel mogelijk op de hoogte te zijn van wat jouw zoon of dochter op het moment allemaal doet. Welke vakken gaan minder goed? Wie zijn zijn beste vrienden? Hoe gaat het op zijn sportvereniging? Heeft hij ruzie met iemand? Welke spelletjes speelt hij op zijn playstation? Zo signaleer je het sneller wanneer er ergens iets niet goed gaat (ruzie met zijn beste vriend?) en laat je ook merken dat je geïnteresseerd bent in zijn leven. Als het gedrag van jouw zoon of dochter echt helemaal uit de hand loopt en je weet echt niet meer wat je moet doen, kan je de hulp van een ander inschakelen. Er zijn trainingen speciaal voor pubers met autisme en soms helpt het alleen al als jouw zoon of dochter even met iemand anders kan praten over wat hij of zij allemaal meemaakt. Daarnaast is dit ook een mooie gelegenheid voor jouw zoon of dochter om andere jongeren met autisme te ontmoeten.

Dani

Dani is een meisje van 15 jaar en ze zit in de derde klas van het VWO. Op school gaat het erg goed. Ze haalt hoge cijfers en in de klas is ze erg rustig. Als Dani thuiskomt drinkt ze altijd eerst een kopje thee met haar moeder en gaat daarna een uurtje aan haar huiswerk zitten op haar kamer. Dani helpt graag mee in het huishouden en in de avond kijkt ze samen met haar ouders tv of leest ze een stripboek in de woonkamer. Drie keer per week krijgt Dani pianolessen thuis en dit vind ze erg leuk. Daarnaast is Dani erg fan van stripboeken en films over superhelden en ze verzamelt hier alles van. Ze kan ook uren praten over haar favoriete helden. Toch maken haar ouders zich zorgen. Dani lijkt soms erg somber en praat op sommige dagen liever niet over school. Daarnaast doet Dani eigenlijk nooit wat met vrienden en is ze liever thuis bij haar ouders.

Wat is er met Dani aan de hand?puberteit1

Dani klinkt als een perfecte puber, toch? Geen ruzie, helpt in het huishouden en haalt goede cijfers op school. Een voorbeeldig kind, maar waarschijnlijk had je toch zo je zorgen toen je het stukje over Dani las. Waarom doet Dani nooit wat met vrienden en waarom praat ze liever niet over school? Net als Peter realiseert Dani zich waarschijnlijk dat ze anders dan anderen. In plaats van extra haar best te doen om erbij te horen, lijkt Dani zich erbij neer te leggen. Als ouder kan het soms erg moeilijk zijn om te merken dat er iets niet goed gaat. Kinderen praten niet graag over wat er verkeerd gaat en leggen de schuld bij zichzelf. Het is wederom belangrijk om te proberen als ouder zo goed mogelijk op de hoogte te zijn van het leven van jouw zoon of dochter. Misschien wordt Dani wel gepest op school. Of misschien wordt ze simpelweg genegeerd door de andere klasgenoten. Als je merkt dat het voor jouw zoon of dochter moeilijk is om vriendschappen te maken of om voor zichzelf op te komen, dan kan je als ouder proberen te helpen. Probeer niet te beschermend te zijn, maar probeer wel kansen te creëren. Probeer of jouw zoon of dochter misschien lid wil worden van een sport of hobby vereniging. Daar kan jouw zoon of dochter mensen ontmoeten die dezelfde dingen leuk vinden. Ook is het weer belangrijk om aan te geven dat jij altijd klaar staat voor en goed gesprek.

Net als bij Peter bestaan er ook voor Dani trainingen die zij kan volgen om wat weerbaarder te worden. Daarnaast leert ze op deze training misschien wel een paar nieuwe vrienden kennen.

Relax

De puberteit kan een turbulente periode zijn en daarom is mijn belangrijkste tip “relax”. Als jouw zoon ofpuberteit2 dochter een keertje spijbelt is hij of zij niet meteen een jeugdcrimineel en als jouw zoon of dochter liever thuis op de bank zit dan in een drukke discotheek is hij of zij niet meteen een kluizenaar. Er zullen waarschijnlijk wel ruzies komen, maar wees daar blij mee. Dat klinkt misschien een beetje raar, maar jouw zoon of dochter is bezig om een eigen identiteit op te bouwen en dat is juist hartstikke mooi! Dus relax, ook de puberteit gaat weer voorbij en misschien als jouw zoon of dochter 25 is, biedt ze eindelijk haar excuses aan voor de gebroken vaas of voor die ene avond dat ze veel te laat thuis kwam. Je rol van ouder verandert van superheld in mentor en dat zal even wennen zijn. Maar ook deze rol is super leuk en het geeft nieuwe mogelijkheden om een band op te bouwen met jouw zoon of dochter. Oefen het tot 10 tellen, ga af en toe even naar een yoga les en probeer altijd begripvol te blijven. Relax, het komt wel goed ;-).

 

Leerstoornissen en autisme

Veel kinderen en jongeren met autisme krijgen in hun leven te maken met zogenaamde comorbide stoornissen. Deze comorbide stoornissen zijn stoornissen waar je meer “vatbaar” voor bent als je al een andere stoornis hebt. Soms komt dit omdat stoornissen op elkaar lijken of een bepaalde overlap hebben (autisme en ADHD) of omdat stoornissen een oorzaak-gevolg relatie kunnen hebben
(autisme en depressie). Ook bij autisme zijn enkele comorbide stoornissen bekend. Deze zijn:

Leerstoornissen zijn stoornissen die vooral tijdens het leren leerstoornissen en autisme1een grote rol spelen. Onder leerstoornissen vallen bijvoorbeeld dyslexie en dyscalculie. Verwar een leerstoornis niet met een leerprobleem! Bij de eerste ga je ervan uit dat iemand hiermee geboren is en er de rest van zijn leven mee te maken zal hebben. Een leerprobleem is echter iets wat een gevolg kan zijn van de omgeving en wat opgelost kan worden. Ongeveer 14% van de mensen met autisme hebben ook last een leerstoornis.

Dyslexie en dyscalculie

Mensen met dyslexie hebben moeite met het lezen van woorden doordat zij bijvoorbeeld letters omdraaien of doordat ze het moeilijk vinden om een letter te linken aan een klank. Mensen met dyscalculie hebben juist moeite met het begrijpen of “lezen” van getallen en wiskundige formules en een minder sterk ruimtelijk inzicht. Zowel dyslexie als dyscalculie komen voor bij ongeveer 2% van de bevolking. Soms komen ze ook samen voor. Ook kinderen met autisme hebben soms last van dyslexie en/of dyscalculie, maar het is vaak moeilijk om dit te diagnosticeren. Wanneer is er namelijk echt sprake van dyslexie en wanneer is een leerprobleem te wijten aan autisme?

Leerstoornissen en autismeleerstoornissen en autisme

Mensen met autisme hebben vaak moeite met het verwerken van informatie en nog specifieker: in het verwerken van taal. Hierdoor kan het soms lang duren voordat de diagnose dyslexie gesteld wordt bij iemand die al gediagnosticeerd is met autisme. Toch kunnen de twee absoluut samen voorkomen! Kinderen met enkel autisme hebben waarschijnlijk meer problemen met het begrip van taal. Wat wordt er precies vertelt met een verhaal? Kinderen met dyslexie hebben daarnaast ook moeite met het lezen van een enkel woord. Niet alleen het begrijpen van een woord is moeilijk, maar ook het omzetten van de geschreven tekst in een klank. Hetzelfde geldt voor dyscalculie. Kinderen met autisme kunnen moeite hebben met het verwerken van verbale informatie waardoor het het snappen van een som lastig wordt als deze enkel verbaal wordt uitgelegd. Toch kunnen kinderen met autisme ook zeker last hebben van dyscalculie. Dit kan zich uitte door het vaak omdraaien van getallen of het moeite hebben met ruimtelijk inzicht.

Tipsleerstoornissen en autisme2

  • Als je een vermoeden hebt van dyslexie of dyscalculie bij jouw kind, laat dit dan altijd testen! Hulpverleners kun jouw zoon of dochter namelijk veel beter helpen met hun problemen als ze weten dat jouw kind ook dyslexie of dyscalculie heeft.
  • Probeer lezen en rekenen leuk te maken. Niet eindeloos stampen en proberen, maar korte leuke ervaringen met taal en rekenen zijn veel effectiever. Probeer bijvoorbeeld een leuk spel te vinden dat ook taal of rekenen traint. Kijk voor een uitgebreide lijst met leerzame spellen eens op deze website.
  • Een stripboek lezen is ook lezen! Helpen met de boodschappen of een taart bakken kan ook enige rekenkennis vergen. Moedig dit soort dingen dan ook zeker aan.
  • Vraag om vergrote werkboeken en toetsen en vraag ook om extra tijd voor het huiswerk of de toets. Bij een vreemde taal kan er zelfs gevraagd worden of er bij bepaalde toetsen vooral fonetisch kan worden nagekeken.
  • Puzzelen en knutselen trainen het ruimtelijk inzicht. Probeer dit daarom lekker vaak te doen met jouw zoon of dochter.

 

 

 

Boeken en autisme

Er zijn duizenden boeken op de markt die je kunnen vertellen wat autisme is, hoe je ermee om moet gaan, hoe het te “genezen” is en zelfs dat het helemaal niet bestaat. Tussen al deze boeken zitten natuurlijk een aantal hele goede, maar ook een aantal hele slechte. Soms wil je echter niet een boek lezen over alle wetenschappelijke onderzoeken naar autisme. Of een naslagwerk met alle mogelijke therapieën en trainingen. Soms wil je gewoon je zoon of dochter wat beter leren begrijpen. Of misschien wil je zoon of dochter zelf wel eens een boek lezen waarbij ze de hoofdpersoon beter begrijpen? Daarom hebben wij een lijstje gemaakt met een aantal boeken die geschreven zijn door autisten, vertelt zijn door autisten, of waar de hoofdpersoon een vorm van autisme heeft.

Waarom ik soms op en neer spring9200000022121460

Naoki Higashida schreef dit boek toen hij 13 jaar was, en dit terwijl hij zelf autisme heeft en heel lang niet kon communiceren met de mensen om hem heen! In het boek beantwoordt Naoki 58 vragen, zoals de vraag: “Waarom spring je soms op en neer?”. Voor mensen met autisme zullen er enkele herkenbare dingen worden uitgelegd. Voor ouders die een zoon of dochter met autisme hebben, kan dit boek hun helpen om het gedrag van hun zoon of dochter soms beter te begrijpen. Het is een heel inspirerend boek, dat veel vragen kan beantwoorden.

 

Autisten liegen niet9200000002152249

Alianna Dijkstra ging voor het schrijven van dit boek op stap met 10 jongeren met een vorm van autisme. Ze ging een dagje mee naar school, hielp een dag mee op de boot, vergezelde iemand naar zijn favoriete museum en ze ging een dag mee naar het werk. Daarnaast interviewde ze de ouder(s) van deze jongeren. In dit boek komt goed naar voren hoe iedereen met autisme anders is en hoe autisme hun leven en die van de mensen om hen heen beïnvloedt.

 

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht1001004006540009

In dit boek gaat Christopher opzoek naar de moordenaar van de hond van de buurvrouw. Ondanks dat Christoper 15 jaar is, is hij zonder begeleiding nog nooit verder gegaan dan het einde van zijn straat. Christopher heeft namelijk autisme, maar voor dit avontuur moet hij verder reizen dan ooit! Het boek is beschreven vanuit het perspectief van Christopher, waardoor zijn soms vreemde gedrag ineens erg begrijpbaar is. Het is een prachtig boek geschreven door Mark Haddon en een absolute aanrader.

 

Ongelooflijk dichtbij en extreem luid9789041420510

Dit boek van Jonathan Safran Foer gaat over een 9 jarige jongen, Oskar, die in New York opzoek gaat naar het slot dat past bij de sleutel die hij gevonden heeft. Deze sleutel heeft Oskar gevonden in het jasje van zijn vader, die op 9/11 is overleden in het World Trade Center. Tijdens deze zoektocht moet Oskar veel van zijn eigen angsten onder ogen komen (reizen met het OV en praten met vreemden). Net als bij het boek “Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht” beleef je het verhaal vanuit het perspectief van Oskar.

 

Wat ons niet zal doden162161-Millenium 4-Wat ons niet zal doden-0bc751-original-1428403039

Het vierde boek in de populaire Millennium reeks!
Dit vervolg is geschreven door David Lagercrantz en in dit deel kruisen de wegen van Lisbeth Salander en Mikael Blomkvist elkaar weer.  Daarnaast speelt een jongen met autisme een grote rol in dit boek. Hoewel August nog nooit heeft gesproken blijkt hij een talent te hebben voor tekenen en wiskunde. Als zijn vader voor zijn ogen wordt neergeschoten komt er ineens veel druk te staan op deze talenten.