Neurofeedback en autisme

Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die in alle gebieden van een leven tot uiting komt. Wanneer jouw kind een stoornis in het autisme spectrum heeft, kunnen er zich dus op veel verschillende gebieden problemen voor doen. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat de hersenen van mensen met autisme op een andere manier werken dan bij angry-boymensen zonder autisme. Prikkels komen anders binnen, mensen met autisme letten veel meer op de details dan het grote geheel.

Er is veel onderzoek gedaan om een manier te vinden om het leven met een autisme spectrum stoornis makkelijker te maken, want autisme genezen kan natuurlijk niet. Daar is de stoornis veel te complex voor. Veel van de behandelingen voor autisme zijn gericht op het sociale aspect: hoe kan mijn kind leren omgaan in sociale situaties, of hoe vergroot ik de zelfredzaamheid van mijn kind. Deze behandelingen en trainingen pakken maar een gedeelte van de stoornis aan. Hierbij wordt de  lichamelijke kant niet meegenomen.

Neurofeedback-training

IMG_4395
Bianca als proefkonijn voor mijn EEG onderzoek

Tegenwoordig is er ook een behandelmethode die zich richt op de hersengolven van kinderen met autisme. Dit wordt ook wel neurofeedback-training genoemd. Hersengolven kun je meten met een EEG onderzoek. Bij een EEG onderzoek heb je kapje op je hoofd waarop allerlei elektroden zijn verbonden. Iedere elektrode is weer gelinkt aan een stukje van de hersenen. De elektroden meten de activiteit van dat stuk van de hersenen, en zo kunnen de onderzoekers er achter komen welk stuk van de hersenen actief is wanneer er bijvoorbeeld een prikkel wordt getoond. Dit is ook de basis van de neurofeedback-training. Bij sommige kinderen met autisme wijken de hersengolven af in vergelijking met kinderen zonder autisme. Vanwege de grote verschillen bij kinderen met autisme zijn er natuurlijk ook veel verschillen te zien in het hersenbeeld bij kinderen met autisme. Maar uit onderzoek blijkt wel dat bij kinderen en volwassenen met autisme de activiteit in het achterste gedeelte van de hersenen afwijkt. Juist dit gedeelte speelt een belangrijke rol bij de verwerking van sociale informatie uit de omgeving. Een training duurt ongeveer 30 minuten, waarop je op een fijne stoel kan zitten. Je kijkt naar een beeldscherm waarop meestal een soort videospel wordt afgespeeld. Tijdens de neurofeedback-training worden de hersengolven in de gaten gehouden, en wanneer de activiteit op een gewenst niveau zit, wordt het kind beloond door middel van een beeld of signaaltje. Het is de bedoeling dat je hierdoor zo wordt getraind, dat de hersenen op een “gezonde” activiteit gaan functioneren. De training is geheel pijnloos. Wanneer de training is afgelopen zal er worden uitgelegd hoe de training is verlopen en zal de neurofeed-back trainer ook de hersenactiviteit laten zien.

Resultaten

Naar neurofeedback-training wordt nog heel veel onderzoek gedaan. Op dit moment is het nog niet geheel bewezen dat het echt een effectieve manier van behandelen is, want hier is nog meer onderzoek voor nodig. Wel zijn de eerste resultaten veelbelovend. Uit een aantal onderzoeken blijkt namelijk er bij ongeveer 80% van de mensen die de training hebben ondergaan een afname is van klachten. Bijvoorbeeld een verbetering van de prikkelverwerking. Kinderen met autisme leren op deze manier om prikkels beter te filteren, waardoor hun hoofd minder wordt overspoeld door een teveel aan informatie en details. Ook lijkt er een afname te zijn in stereotiep en repetitief gedrag. Een belangrijk resultaat is ook de verbetering van aandacht en concentratie, wat met name bij kinderen met autisme en ADHD een groot pluspunt kan zijn. Ook kan neurofeedback-training helpen bij het plannen en organiseren van het eigen gedrag. Wanneer je al deze verbeteringen op een rijtje zet, kun je wel begrijpen dat dit ook leidt tot verbeteringen bijvoorbeeld op school en op andere vlakken.

 

Hier een filmpje over neurofeedback in de praktijk, van een kind met ADHD.

Behandelingen en autisme

Wanneer jouw zoon of dochter een diagnose in het autisme spectrum stoornis krijgt, betekent het niet dat hij of zij meteen in therapie moet gaan. Er bestaat ook geen behandeling om autisme te genezen. De behandeling of begeleiding voor kinderen met autisme is er vooral op gericht om bijkomende problemen te verminderen. Het kan zijn dat jouw kind op dit moment geen problemen ondervindt in bijvoorbeeld de sociale omgang of op school. Wanneer er wel problemen beginnen te ontstaan en je aan behandeling of begeleiding zit te denken, is het handig om vooraf na te gaan wat de mogelijkheden zijn. Er zijn veel verschillende vormen, die zich op de verschillende probleemgebieden richten. In dit artikel zal ik een aantal trainingen en tJeri+Johnsonherapieën op een rijtje zetten.

TOM-training

De ‘theory of mind‘ ofwel TOM staat centraal bij deze training. TOM is het vermogen van iemand om zich in te kunnen leven in de ander, en kunnen bedenken dat de ander gevoelens en gedachten heeft die anders kunnen zijn dan je eigen gevoelens en gedachten. Sommige kinderen met autisme kunnen hier moeite mee hebben, en bij hen moet de TOM nog wat ontwikkelen. In de TOM-training leren deze kinderen bijvoorbeeld om emoties te herkennen en hoe je in sommige sociale situaties kan reageren. Meestal bestaat de training uit een aantal groepssessies en oefeningen voor thuis. De training is geschikt voor kinderen van 5 tot 12 jaar.

ABA-training

Applied Behavior Analysis, ofwel ABA-training is een training gericht op de ontwikkeling van het kind met autisme. De training bestaat uit oefeningen die helpen bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld zelfredzaamheid, sociale vaardigheden, maar ook schoolse vaardigheden. Op een spelende manier wordt het kind gestimuleerd door middel van beloning en positieve feedback. Hierdoor leert het kind op een leuke manier nieuw gedrag aan die hij of zij ook in andere situaties kan gebruiken. Het is een intensieve langdurige training die 1 op 1 wordt gegeven door een begeleiders die hiervoor een cursus hebben gevolgd. Ook de ouders spelen een rol in de training en krijgen oefeningen van de ABA-trainer. Geschikt voor elke leeftijd.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie kan worden ingezet bij hoog functionerende kinderen vanaf 12 jaar met autisme. In de therapie leert het kind op een andere manier denken over een bepaalde gebeurtenis. Deze gebeurtenis wekt gedachten en gevoelens op en aan de hand hiervan reageert een kind met een bepaald gedrag. Wanneer het kind samen met de therapeut op een andere manier over de gebeurtenis leert denken, heeft dit ook effect op de gevoelens en het gedrag van het kind. Op deze manier leert het kind ander gedrag aan. De behandeling bestaat uit een aantal 1 op 1 sessies met een psycholoog of psychotherapeut.

PRT-behandeling1180112_61021861

De pivotal response treatment is een behandeling voor kinderen met autisme en richt zich op het ontwikkelen en vergroten van de interactie met anderen. Net als bij ABA-training wordt de interactie beloond waardoor kinderen steeds meer interactiegedrag laten zien. Op deze manier leert het kind op een leuke manier nieuwe sociale vaardigheden aan en wordt het zelfvertrouwen vergroot. In de behandeling spelen de ouders de belangrijkste rol. De begeleider leert aan ouders hoe en wat zij moeten doen. De ouders spelen vervolgens met het kind en leren hen zo nieuwe vaardigheden aan. Geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.

Zoals je kunt lezen richten deze trainingen en behandelingen zich vooral op de sociale vaardigheden van het kind. Er zijn ook een aantal behandelingen die zich richten op de biologische kant van autisme, zoals neurofeedback training en het gebruik van medicijnen. Hierover zal binnenkort een artikel over worden gepubliceerd.

Op kamers en autisme

Het nieuwe studiejaar gaat bijna beginnen. Het kan zijn dat jouw zoon of dochter binnenkort gaat studeren, of al naar het tweede of derde jaar gaat. Misschien wil jouw zoon of dochter wel op kamers, een fijn, eigen plekje voor hem of haar zelf. Maar hoe gaat dit in zijn werk? Hoe vindt je een goede kamer, en waar moet je op letten als jouw zoon of dochter met autisme op kamers wilt?

Een kamer zoeken

Voordat jouw zoon of dochter op kamers gaat is het goed om hier een gesprek over te hebben. Kijk naar het budget van jouw kind: gaat hij of zij alles zelf betalen, neemt hij of zij een bijbaantje of leggen jullie als ouders wat bij? Let hierbij ook nog op extra kosten zoals gas, watefrustrated_teen_boy_student_Hr en elektriciteit, of geld voor de gemeenschappelijke ruimten in bijvoorbeeld een studentenhuis. Bespreek ook wat de eisen zijn van de toekomstige kamer van jouw zoon of dochter. In welke stad bijvoorbeeld, hoe groot moet de kamer zijn, wilt hij of zij huisgenootjes of geheel zelfstandig gaan wonen? Dit zijn allemaal dingen die vooraf duidelijk moeten zijn, want zo wordt de zoektocht naar een kamer een stuk makkelijker! Wanneer de eisen en budget van de kamer duidelijk zijn kan je samen met jouw zoon of dochter op zoek. Begin op tijd met het zoeken naar een kamer! Vooral in augustus en september zijn er veel studenten op zoek en is de woonruimte schaars. Zorg dat je deze tijd voor bent, en begin in mei/juni al met het zoeken. Op internet zijn veel websites te vinden die jullie met de zoektocht kunnen helpen, zoals www.kamers.nl, en www.kamernet.nl, en www.studentenkamer.nl. Maar denk bijvoorbeeld ook aan www.marktplaats.nl of spreek jouw sociale netwerk aan. Jouw zoon of dochter kan ook aan zijn medestudenten vragen of zij nog ergens een geschikte kamer weten.
Als je geluk hebt, wordt jouw zoon of dochter uitgenodigd om de kamer te komen bekijken. Soms gaat dit via een hospiteeravond, waarbij er meerdere geïnteresseerden naar de kamer komen kijken. Ook de eventuele huisgenoten zijn hierbij aanwezig om te kijken of er een klik is met de nieuwe huurder. Het is handig als jouw zoon of dochter tijdens z’on afspraak eerlijk is dat hij of zij autisme heeft (en bespreek vooral ook de voordelen!). Zo weet de verhuurder waar hij aan toe is.

Een kamer inrichten

Als jullie een geschikte kamer hebben gevonden begint het volgende avontuur, het inrichten van de kamer! Een goede inrichtiwoman-notebook-working-girlng is erg belangrijk. Ga samen met jouw zoon of dochter naar de ikea of bijvoorbeeld de kringloopwinkel en schaf de nodige spullen aan. Vergeet vooral de gordijnen niet!
Let bij de inrichting van de kamer erop dat jouw kind een goede plek heeft om in alle rust te studeren. Zorg voor een goed bureau met weinig afleiding, en een boekenkast om alle studieboeken in te zetten. Een handige boekenkast is bijvoorbeeld de Kallax van de Ikea, die je ook nog als Roomdivider kan gebruiken. Aan de andere kant van de kast kun je dan bijvoorbeeld het bed zetten.
Zorg dat er ruimte is om en whiteboard, prikbord of krijtboard op te hangen, dit kan bijvoorbeeld op een deur. Hierop kun je samen met jouw zoon of dochter een weekschema maken. In dit schema kan van alles staan, een studieschema, een boodschappenlijstje, of op welke dagen hij of zij belangrijke afspraken heeft. Zorg vooral ook voor een plek waar jouw zoon of dochter kan ontspannen! Ontspanning is natuurlijk erg belangrijk, en wordt nog wel eens vergeten in het hectische leven van een student.

Begeleid wonen

Als jouw zoon of dochter nog niet toe is aan volledige zelfstandigheid, of heel ver weg gaat studeren, zijn begeleid wonen of kamertraining misschien goede opties. Dit zijn twee hulpverleningsvormen waarbij jouw kind bijvoorbeeld leert om zelfstandig het huishouden te doen, of clothes-travel-voyage-backpackhoe hij of zij de financiën beheerd. Ook sociale contacten aangaan/onderhouden kan hier een onderdeel van zijn. Vaak gaat jouw zoon of dochter dan in een huis wonen met meerdere jongeren met dezelfde problematiek. Hij of zij heeft dan wel een eigen kamer, en deelt het sanitair en een grote woonkamer met de anderen. De jongeren worden voor langere tijd begeleid totdat zij zelfstandig kunnen gaan wonen. Voorbeelden van organisaties die begeleid wonen aanbieden zijn Stumass, en IVA Wonen. Meestal is er een lange wachtlijst voor begeleid wonen. Het is dus raadzaam al een jaar voor het eindexamen contact op te nemen met een organisatie!

Studeren en autisme

Eindelijk is het dan zover, jouw zoon of dochter heeft eindexamen gedaan en is geslaagd! Er begint een spannende periode, want hoewel de vakantie er nog tussen zit, is het toch al snel 1 september. Het nieuwe studiejaar begint, en dan is jouw kind eindelijk een student! Wanneer jouw zoon of dochter gaat studeren zal er veel veranderen, en in dit artikel worden die veranderingen uitgelicht.

Universiteit/HBO

Studeren en autisme

Op de de universiteit of het HBO zal het onderwijs veel verschillen van de middelbare school. Op de middelbare school wordt er bijvoorbeeld iedere week uitgelegd wat het huiswerk voor die week zal zijn, en welke hoofdstukken jouw zoon of dochter moet bestuderen. Op de universiteit/HBO is dit anders, hier wordt er veel meer zelfstandigheid van jouw kind verwacht. Vaak wordt er vooraf een overzicht gegeven van de leerstof die bestudeerd moet worden, en daarna mag de student zelf uitzoeken hoe hij of zij dit gaat doen. Zelfs de colleges en werkgroepen zijn vaak niet verplicht, dus als student wordt je helemaal vrij gelaten. Ook de hoeveelheid van de leerstof zal op de universiteit of het HBO verschillen. Vaak moet je in plaats van een aantal hoofdstukken een aantal boeken leren voor de tentamenweek. Dit vereist een goede planning en het behouden van overzicht is hierin erg belangrijk. Je kan jouw zoon of dochter hierbij helpen. Maak samen voor iedere week een planning waarin jullie het overzicht kunnen houden. Zie hier het artikel waarin staat hoe je het leren goed kunt aanpakken. Let wel op dat je af en toe een middagje vrij houdt, want ontspanning is natuurlijk ook heel belangrijk.

Op kamers

Misschien wil jouw zoon of dochter in een andere stad studeren, bijvoorbeeld vanwege de opleiding die alleen in die stad Studeren en autismete volgen is. Als deze stad heel ver weg is, is het misschien handig om op kamers te gaan. Zoek voor het studiejaar begint al naar een kamer, want vaak is het lastig om een geschikte kamer voor jouw zoon of dochter te vinden. Soms zijn er hospiteeravonden. Dit is erg fijn, zo kan jouw kind de eventuele huisgenoten al leren kennen, en kijken of er een klik is. Het is aan te raden om open te zijn over de autistische stoornis, en vergeet dan ook vooral niet om even de voordelen hiervan te belichten!
Als jouw zoon of dochter op kamers gaat, kan jij als ouder ook niet meer iedere dag jouw kind aansporen of ondersteunen. Dus ook hier wordt er meer zelfstandigheid verwacht! Wel kan je natuurlijk in het weekend een weekplanning maken met jouw zoon of dochter. Wanneer dit niet genoeg is, is het misschien een optie om te kijken naar begeleid wonen via een website als Stumass.

Nieuwe vrienden leren kennen

Als je gaat studeren leer je al snel nieuwe mensen kennen. Vaak is er in het begin van het studiejaar een introduStuderen en autismectieweek waarin jouw zoon of dochter de school en de opleiding beter leert kennen. Dit gebeurt in kleine groepjes van aankomende studenten uit dezelfde studierichting. Soms kan het lastig zijn voor jouw zoon of dochter om contact te maken met andere mensen. Zeker als jouw zoon of dochter op kamers gaat in een nieuwe stad is alles erg spannend. Een optie zou kunnen zijn om bij een studentenvereniging te gaan. In de introductieweek hebben de studentenverenigingen vaak open avonden zodat de studenten een goed beeld kunnen krijgen welke studentenvereniging bij hen past. Als een studentenvereniging  te heftig is voor jouw zoon of dochter (er komen vaak ook een paar verplichtingen bij kijken), is een studievereniging misschien een optie. Deze zijn vaak een stuk laagdrempeliger dan de studentenverenigingen en de activiteiten staan vaak in het teken van de studierichting van de student. Ook hier is het handig om open te zijn over de autistische stoornis, zodat men hier rekening mee kan houden.

 

Vragenlijsten en autisme

Dit is een artikel uit de reeks Diagnostiek en Autisme.

Wanneer jouw zoon of dochter een psychologisch onderzoek krijgt, is de kans groot dat ook jij als ouder, of bijvoorbeeld de leerkracht een vragenlijst over jouw kind in moet vullen. Er zijn veel verschillende soorten vragenlijsten, en in dit artikel worden de lijsten die het meesOLYMPUS DIGITAL CAMERAte worden gebruikt besproken. De vragenlijsten zijn gericht op de meest voorkomende stoornissen die bij kinderen voorkomen. De scores op de vragenlijsten kunnen gebruikt worden bij het vormen van een diagnose.

De vragenlijsten kunnen ook bij andere doeleinden gebruikt worden. Bijvoorbeeld als screeningsinstrument, dus het vroegtijdig opsporen van probleemgedrag van kinderen bijvoorbeeld op scholen. Ook kunnen de vragenlijsten handig zijn tijdens een begeleidings- of behandelingstraject. Wanneer de vragenlijst aan het begin, tijdens en aan het einde van het traject wordt ingevuld, kan de voortgang en de effectiviteit geëvalueerd worden.

CBCL/TRF

De CBCL (Child Behavior Checklist) is een vragenlijst met 99 vragen die de ouders moeten invullen over het gedrag van het kind. De CBCL wordt gebruikt om te onderzoeken of er eventueel sprake is van probleemgedrag. De vragen worden gescoord aan de hand van een 3-puntschaal: op de vragen kan worden geantwoord met 0=helemaal niet, 1=een beetje of soms, 2=duidelijk of vaak. Ook wordt er gekeken hoe de problemen in elkaar zitten: richten de problemen zich meer naar binnen, bijvoorbeeld bij angsten, of is het meer naar buiten gericht, bijvoorbeeld bij agressie. De vragen zijn onderverdeeld in verschillende schalen: teruggetrokken gedrag, lichamelijke klachten, angstige en depressieve klachten, sociale problemen, denkstoornissen (bijvoorbeeld autisme), aandacht- en concentratieproblemen en agressief gedrag. Als alle vragen zijn ingevuld kan er een score worden berekend, en uit die score komt een profiel naar voren. In dit profiel staat of de score op een bepaalde schaal in vergelijking met andere kinderen ‘normaal’  is, of bijvoorbeeld een stuk hoger, in het ‘klinische gebied’. Ook kan de score op de CBCL worden onderverdeeld naar stoornissen van de DSM, bijvoorbeeld angstproblemen of ADHD. Aan de hand van deze vragenlijst kan geen diagnose worden gesteld, maar het kan wel een hulpmiddel zijn om het gedrag van jouw kind in kaart te brengen.

De TRF (Teacher’s Report Form) is bijna dezelfde vragenlijst als de CBCL, maar moet door de leerkracht van jouw zoon of dochter worden ingevuld. De leerkracht ziet jouw kind 5 dagen per week, en kan dus belangrijke informatie geven over zijn of haar gedrag. De twee vragenlijsten kunnen met elkaar vergeleken worden: laat jouw zoon of dochter het probleemgedrag zowel thuis als op school zien, of juist helemaal niet? Dit geeft boeiende informatie die nodig is bij het in kaart brengen van het eventuele probleem van jouw kind.

VISK

De VISK (Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen) brengt sociale problemen van kinderen van 4 tot 18 jaar in 1074542_96291148kaart. Ook deze vragenlijst wordt ingevuld door de ouders, en bestaat uit 49 vragen over het gedrag van jouw kind. De vragenlijst is met name gericht op autistische kenmerken en PDD-NOS. De vragen zijn onderverdeeld in 6 verschillende schalen: niet goed afgestemd zijn op de sociale situatie, verminderde neiging van sociale interactie, oriëntatieproblemen in tijd, ruimte en plaats, niet snappen van sociale informatie, stereotiep gedrag, en angst voor/ weerstand teven veranderingen. Er wordt gebruik gemaakt van een 3-puntschaal van 0 = niet van toepassing, 1 = een beetje/soms van toepassing tot 2 = duidelijk/vaak van toepassing. Er wordt een VISK-totaalscore berekend en aparte scores op de 6 verschillende schalen. De scores kunnen worden vergeleken met andere kinderen zodat je kan zien of een bepaalde score bijvoorbeeld ‘laag’, ‘normaal’ of ‘hoog’ is. Naar aanleiding van deze score alleen kan geen diagnose voor autisme worden gesteld, maar het kan wel dienen als onderbouwing voor de diagnose.

SEV

De SEV (Sociaal Emotionele Vragenlijst) wordt gebruikt om na te gaan of jouw kind last heeft van sociaal emotionele problemen. Deze vragenlijst bestaat uit 72 vragen en kan worden ingevuld door de ouders, maar ook bijvoorbeeld door de leerkracht van jouw zoon of dochter. De lijst is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 18 jaar. De SEV is onderverdeeld in verschillende schalen, namelijk de aandachtstekort/hyperactiviteit, sociale gedragsproblemen, angstig en depressief gedrag, en autistisch gedrag. Er kan aan de hand van de score op de vragenlijst gekeken worden of jouw zoon of dochter bijvoorbeeld hoog scoort op de schaal van aandachtstekort/hyperactiviteit. Ook bij deze vragenlijst is er een link met de DSM-V. De criteria van een aantal DSM stoornissen zijn in deze vragenlijst verwerkt: AD(H)D, ODD (Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis), CD (anti-sociale gedragsstoornis), angststoornissen, depressieve stoornissen en autisme spectrum stoornissen. Wanneer de score op een van de schalen hoog is kan dit een aanwijzing zijn voor een stoornis.

Dit artikel is onderdeel van een serie artikelen over diagnostiek bij kinderen bij autisme. Klik hier voor de andere artikelen uit deze serie.