December en autisme

Terwijl ik dit artikel schrijf, is het halverwege december en heb ik al heel veel kerstliedjes en harde knallen gehoord. Hoewel de decembermaand voor velen een leuke en spannende maand is, vinden kinderen en jongeren met autisme er vaak maar weinig aan. Deze maand zit voor anderen misschien vol met gezellige dagen, voor hen is het eerder een maand die ontzettend druk en chaotisch is. Hoewel de feestdagen zelf maar ongeveer 4 a 5 dagen in beslag nemen in deze maand, staat de hele maand in het teken van de feestdagen. In een vorig artikel schreef ik hoe je de feestdagen beter kan overleven, en ik dit artikel wil ik je graag wat tips geven voor de gehele maand december!

Eten

In de decembermaand wordt een heleboel gegeten! Daarnaast wordt er vaak niet zomaar wat gegeten, maar wordt er van elke maaltijd een heus drie-gangen diner gemaakt. Voor kinderen en jongeren met autisme is eten soms al een probleem en in deze maand wordt dat probleem vaak alleen maar groter. Vreemde smaken, een tafel vol onbekende gerechten en de halve familie eet mee. Dat geeft behoorlijk wat stress en het is verstandig om in deze situaties geen onhaalbare doelen te stellen. Is jouw zoon of dochter een moeilijke december en autismeeter? Maak dan de afspraak dat er in ieder geval twee van zijn of haar favoriete gerechten bij staan. Probeer ook voorzichtig eens iets nieuws te introduceren, in deze maand heb je daar veel kans voor! Lukt het niet om met zijn alle drie uur lang (gezellig) aan tafel te blijven zitten? Maak dan de afspraak dat je na bijvoorbeeld 15 minuten van tafel af mag of dat je minstens 1 bord leeg eet voor je van tafel af mag.
En de belangrijkste tip: spreek met elkaar van te voren altijd goed af wat er gaat gebeuren. Hoe laat gaan jullie eten? Wat gaan jullie eten? Wie eten er mee, of bij wie gaan jullie eten? Maak geen afspraken die je niet kan nakomen! Als je niet zeker weet hoe laat je aan tafel kan gaan, geef dan ook nog geen exacte tijd, maar een schatting.

Muziek

Sinterklaasliedjes, kerstliedjes, het glazen huis en de top 2000, de decembermaand is een hele muzikale maand. Als je niet zo’n fan bent van Mariah Carey, Wham of Queen dan heb je het deze maand best zwaar. Er valt namelijk bijna niet te ontkomen aan deze artiesten! De makkelijkste tip als je dit wil voorkomen is gewoon je radio deze maand even niet aan te zetten. Neem lekker een cd mee voor in de auto en zet je wekker voorlopig weer even op een irritante piep in plaats van op de radio. Als je boodschappen gaat doen kan je voor de zekerheid zelfs een mp3-speler meenemen om eventuele irritante liedjes snel te kunnen overstemmen. Voor veel kinderen kan het ook erg verwarrend zijn als ze al op 7 december de hele dag kerstliedjes horen, een kerstboom in de woonkamer zien en misschien zelfs al pakjes onder de boom zien liggen, terwijl eerste kerstdag pas veel later is. Probeer daarom dit soort liedjes (en alles wat er bij hoort) echt pas zelf te gaan draaien als het bijvoorbeeld kerstvakantie is.

Vuurwerk

Een van de meest vervelende dingen voor kinderen en jongeren met autisme in deze maand is het vuurwerk. De harde knallen en felle flitsen komen hard binnen bij deze kinderen en zijn vaak ook volkomen onverwacht. Ondanks het feit dat vuurwerk verboden is op alle dagen (behalve op oud&nieuw) zal je menig rotje eerder horen knallen. Als gezin kan je hier weinig aan doen, behalve proberen zo goed mogelijk ermee omgaan. Ga niet meer alleen naar buiten, vooral niet als het donker is en let goed op. Loop of fiets een paar dagen mee naar school en laat samen de hond uit. Voor oudejaarsavond kan je misschien aan je buren vragen wie er allemaal vuurwerk gaan afsteken en rond 12 uur kan je natuurlijk lekker binnen blijven en kijken naar het vuurwerk, veilig achter een raam. Wordt er bij jou in de buurt echt heel veel vuurwerk afgestoken en is het elk jaar weer veel herrie? Misschien kan je tijdens oud&nieuw dan bij iemand langsgaan waar het rustiger is. Bijvoorbeeld een opa of oma die in een rustig dorp woont of een oom of tante die een boerderij hebben?

De hele maand

Er gebeurt nogal wat in de maand december en ik begrijp heel goed dat velen van jullie waarschijnlijk het liefst een lange winterslaap willen houden tot het allemaal weer voorbij is. Toch hoop ik dat deze tips ervoor zorgen dat iedereen kan genieten van deze maand. december en autisme2Voor de hele maand kan het vaak helpen om samen met je gezin een extra grote en uitgebreide kalender te maken. Schrijf alles erop wat jij belangrijk vindt. Wanneer komt er visite? Wanneer ga je zelf naar familie toe? Wat wordt er gegeten? Wanneer zijn er cadeau’s bij? Wanneer is er een dag even helemaal niets? Probeer je zoon of dochter ook zo veel mogelijk bij de planning in de ze maand te betrekken, misschien willen ze ook wel helpen? Staan er drie afspraken waarbij er veel (nieuwe dingen) wordt gegeten? Biedt dan aan dat zij ook een avond het avondeten mogen kiezen of vraag of zij het toetje voor een van deze maaltijden willen maken/kiezen. Stel voor om de boom op te tuigen zodra hun kerstvakantie begint. Dan staat hij er niet te vroeg en kunnen ze zelfs mee denken met hoe hij eruit kom te zien.

Hopelijk wordt de december maand nu een beetje minder chaotisch met deze tips. Ik wens jullie in ieder geval allemaal een rustige en fijne decembermaand toe!

 

 

Het brein en autisme – Neurotransmitters

In een eerder artikel over autisme en het brein is al gesproken over de verschillende hersengebieden die anders zijn bij mensen met autisme. Deze kun je hier vinden. In dit artikel ga ik het hebben over neurotransmitters. Wat zijn dat eigenlijk? En wat voor invloed kunnen ze hebben?

Neurotransmitters
Neurotransmitters zijn een soort chemische stofjes in de hersenen, waardoor hersencellen met elkaar kunnen communiceren. Ze worden gemaakt in de verschillende hersencellen, en worden daarna losgelaten tussen twee hersencellen in. De andere hersencel vangt de neurotransmitter vervolgens weer op, en zo is het stofje doorgegeven. Op deze manier kunnen verschillende hersencellen een boodschap doorgeven aan elkaar. Er zijn twee verschillende neurotransmitters die een relatie met autisme hebben.

SerotonineAutisme-neurotransmitters
De eerste neurotransmitter die een link heeft met autisme is serotonine. Deze neurotransmitter speelt bij iedereen een hele grote rol in het lichaam. Voorbeelden waar serotonine invloed op heeft  zijn emoties, slapen, eetlust, stemming en zelfvertrouwen. Een tekort van serotonine heeft een grote invloed op je stemming, je kan bijvoorbeeld depressief worden. Ook speelt serotonine dus een grote rol bij het voelen van emoties en het uiten van sociaal gedrag. Dit zijn dingen die bij mensen met autisme vaak moeilijk zijn.

Dopamine
Dopamine speelt ook een belangrijke rol en er blijkt bij mensen met autisme meer dopamine in de hersenen te zijn dan bij mensen zonder autisme. Deze neurotransmitter is belangrijk voor het ervaren van beloningen en geluksgevoelens. Kinderen met autisme zijn vaak extra vatbaar voor beloningen en dat zou dus verklaard kunnen worden door deze neurotransmitter.

Hoe de twee neurotransmitters serotonine en dopmaine precies werken is nog niet helemaal duidelijk. Wel lijkt de combinatie van de twee genoemde neurotransmitters en wat hier mee mis kan gaan, een grote rol te spelen in autistisch probleemgedrag.

Helaas is nog niet helemaal duidelijk voor wetenschappers hoe de hersenen nou precies werken, en hebben we er nu nog erg weinig aan voor bijvoorbeeld de behandeling van autisme. Gelukkig  wordt er wel heel veel onderzoek naar gedaan, en komen er steeds meer nieuwe inzichten bij die misschien in de toekomst wel kunnen bijdragen aan een goede behandeling van autisme.

De officiële bron die is gebruikt voor dit artikel is: Wicks-Nelson, R., Israel, A. C. (2009). Abnormal child and adolescent psychology. Pearson Education LTD, London

Het brein en autisme – Hersenstructuren

De autisme spectrum stoornissen (ASS) bestaan uit veel verschillende vormen. Vaak wordt de diagnose autisme gebaseerd op problemen die te zien zijn in het gedrag, zoals de moeilijkheden in de sociale communicatie. Deze problemen in het gedrag kunnen voort komen uit de opvoeding en gebeurtenissen die iemand heeft meegemaakt. Maar deze problemen kunnen zich ook ontwikkelen door  verschillende delen van de hersenen die anders werken bij mensen met autisme. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat er veel verschil zit in de hersenen van een persoon met autisme en een persoon zonder autisme. Wat zijn deze verschillen precies, en welke invloed kan dit hebben?

Brein Autisme

Het sociale brein
Veel hersendelen die een link hebben met autisme zijn onderdeel van wat ook wel het ‘sociale brein’ wordt genoemd. Dit zijn onder andere het corpus callosum, de amygdala, de frontale kwabben en het cerrebellum. Bij mensen met autisme kunnen deze gebieden groter zijn dan normaal, maar ook de hoeveelheid van bijvoorbeeld de witte en grijze cellen kunnen verschillen. Deze hersengebieden hebben allemaal betrekking op  bijvoorbeeld het kunnen tegenhouden van impulsen, en kunnen voor cognitieve problemen gedragsproblemen zorgen.

Het corpus callosum

Het corpus callosum is een onderdeel van de hersenen die anders is ontwikkeld bij kinderen met autisme. Het zorgt voor de communicatie tussen de twee hersenhelften. Zo kunnen de verschillende functies  in de hersenen, zoals de waarneming en het geheugen, wel goed werken bij mensen met autisme, maar gaat er iets mis in de communicatie tussen de verschillende hersendelen. Dit kan voor verschillende problemen zorgen, bijvoorbeeld in sociale contacten, maar ook op het gebied van taal.

De amygdala
De amygdala  is een regelcentrum in de hersenen. Het maakt verbanden van waarnemingen die binnen komen via de zintuigen. Deze worden vervolgens gekoppeld aan emoties. De amygdala probeert daarna die emoties en sociaal gedrag te reguleren, iets wat bij kinderen met autisme wel eens lastig gaat. Dit proces gaat normaal helemaal automatisch.

Deze abnormaliteiten in de hersenen ontwikkelen zich al in de baarmoeder. Kinderen met autisme kunnen dus niet zomaar  even ophouden met het probleemgedrag of bijvoorbeeld  snel ‘genezen’ worden door een wondermedicijn.

De officiële bron die is gebruikt voor dit artikel is: Wicks-Nelson, R., Israel, A. C. (2009). Abnormal child and adolescent psychology. Pearson Education LTD, London

Slaapproblemen en autisme

Iedereen heeft wel eens een nachtje dat hij of zij niet zo lekker slaapt, maar als jou zoon of dochter elke nacht weer problemen heeft om goed te slapen dan kan dit vervelende gevolgen hebben. Zeker kinderen hebben veel behoefte aan een goede en zeker ook voldoende nachtrust.
Gelukkig zijn ook slaapproblemen goed te verhelpen en in dit artikel geef ik jullie wat tips over wat je er zelf aan kan doen!

 

Wat is een slaapprobleem?teen002
Voordat ik je vertel wat je precies kan doen aan een slaapprobleem, is het natuurlijk goed om te weten wanneer iets nu echt een slaapprobleem is! De slaapproblemen die het meeste voorkomen zijn insomnia  en hypersomnia.
Hypersomnia betekent dat je overdag ontzettend moe bent, terwijl je toch voldoende slaapt. Dit kan bijvoorbeeld komen door een ijzertekort, maar misschien ook door een heel andere slaapstoornis zoals snurken!
Insomnia betekent dat je veel moeite hebt met in slaap vallen en blijven slapen. ’s Avonds niet in slaap kunnen vallen en lang wakker liggen bijvoorbeeld, maar ook ’s nachts vaak wakker worden en niet opnieuw in slaap kunnen vallen valt onder deze categorie. Als je dit soort klachten herkent dan helpen de onderstaande tips misschien wel voor jou.

Wat helpt bij slapen?
Een van de belangrijkste dingen die je kan doen is ervoor zorgen dat de slaapkamer (vooral het bed) van jou zoon of dochter goed zijn ingericht om te kunnen slapen. Zeg bijvoorbeeld dat ze overdag niet op bed mogen om te voorkomen dat het bed ook gebruikt wordt als bank of springkussen. Zorg ervoor dat de slaapkamer goed donker kan worden gemaakt met bijvoorbeeld gordijnen (eventueel een nachtlampje kan natuurlijk wel). Een vaste bedtijd zorgt daarnaast voor een vast ritueel en kan ook al enorm helpen met in slaap vallen. Begin ook elke dag rond dezelfde tijd met het aantrekken van de pyjama en tanden poetsen. Verder is het natuurlijk ook belangrijk dat het ’s nachts niet te warm of te koud is in de slaapkamer, pak dus in de winter een extra deken en doe in de zomer je raam lekker open. Kinderen met autisme kunnen soms zelfs maar moeilijk aangeven dat ze niet kunnen slapen door hitte of kou.
Samengevat: zorg voor een frisse en opgeruimde slaapkamer waar in het bed heerlijk kan worden geslapen en in de rest van de kamer lekker kan worden gespeeld. Poets de tanden, trek een pyjama aan, lees nog een verhaaltje en doe elke dag om dezelfde tijd het licht definitief uit.

Wat kan ik doen aan mijn problemen?
Als je al het bovenstaande al goed voor elkaar hebt (of dit nu ondertussen hebt geregeld) en nog steeds is slapen een groot probleem dan heb ik nog een paar extra tips:

  • Drink een glas melk: Sommige voedingsstoffen kunnen je helpen om moe te worden. Een glas melk is hier een goed voorbeeld van, maar een boterham met pindakaas werkt ook. Andere voedingsstoffen zoals koffie, thee, energydrankjes of snoep, houden je juist extra wakker. Probeer dit soort voedingstoffen niet meer te geven aan je kind als ze bijna gaan slapen. Geef ze liever nog een glas melk 😉
  • Maak je kind moe: “Ja maar ik ben nog helemaal niet moe!”. Klinkt dit je bekend in de oren? Probeer er dan voor te zorgen dat jouw kinderen echt wel moe zijn aan het einde van de dag. Niet elke middag tv kijken, maar hup lekker buiten spelen.
  • Monsters wegjagen: Sommige kinderen zijn erg bang in het donker en kunnen daarom slecht slapen. In plaats van te ontkennen dat er monsters zijn kan je jouw zoon of dochter helpen met het wegjagen van de monsters. Bijvoorbeeld met een anti-monster spray, een waakknuffel of een nachtlampje met anti-monster krachten. Probeer geen rituelen in stand te houden die op de lange termijn slecht zijn voor het slaapritme zoals bij papa en mama in bed slapen of veel licht aanhouden in de slaapkamer.
  • Wees streng: De moeilijkste tip die ik jullie kan geven is om streng te zijn. Bedtijd is bedtijd en daar wordt niet vanaf geweken. Komt jouw zoon of dochter elke 5 minuten weer naar beneden met een nieuwe smoes? Ga hier dan niet op in maar begeleid je zoon of dochter elke keer gewoon weer terug naar zijn of haar slaapkamer. Zorg ervoor dat ze even plassen/wat drinken/hun tandenpoesten voor ze naar bed zodat dit niet elke avond een smoesje kan worden ;-). Komen ze te vaak uit bed, dan kan hier een straf tegenover staan, gaat het juist goed, dan kan je je kind de volgende dag hiervoor belonen (bijvoorbeeld met een lekker ontbijt).

Misschien hebben jullie voor mij nog wel een tip om in slaap te komen? In dat geval hoor ik ze graag :-)

 

Feestdagen en autisme

Feestdagen zijn voor de meeste mensen heerlijk! Lekker een dagje vrij, met vaak lekker eten en gezellig samen met familie of vrienden. Voor iemand met autisme is dit heel anders: het is een dag zonder vaste structuur, waarop alles anders loopt dan normaal. Geen school, niet vroeg op en geen voetbal. In plaats daarvan moeten ze naar opa en oma, de kerstmarkt of gaan ze helemaal in het oranje naar de vrijmarkt. Feestdagen zijn vaak zo’n chaos voor kinderen met autisme, dat ze er helemaal niet meer van kunnen genieten. Daarom geef ik jullie in deze blog enkele tips om feestdagen leuk en feestelijk te houden.

VoorbereidingSinterklaas
Iemand met autisme wil van te voren graag weten wat het plan is en waar hij of zij aan toe is. Daarom is het belangrijk om voor een feestdag van te voren te weten wat er allemaal gaat gebeuren. Praat hierover met het gezin. Wat gebeurd er voor het ontbijt, bij wie gaan jullie op bezoek of waar gaan jullie naartoe? Spreek hier goed over met je kind. Leg bijvoorbeeld uit hoe de 1e en 2e Paasdag eruit gaan zien en waarom er eigenlijk pasen gevierd wordt. Waar gaan jullie avondeten en met wie? Als jullie naar een restaurant gaan, probeer dan alvast samen de website te bekijken zodat je kind alvast een idee heeft van wat er te wachten staat (en wat hij of zij wil bestellen).

Houdt je aan het plan
De dag is daar, genieten maar! Het is zo gezellig bij opa en oma dat jullie liever nog een uurtje langer willen blijven. Zorg dan dat je dit eerst goed bespreekt met elkaar. Het is niet leuk als jouw kind er vanuit gaat dat jullie om 3 uur naar huis gaan en vervolgens teleurgesteld wordt. Is het niet mogelijk om je aan zo’n strakke tijd te houden? Maak dan ook niet deze belofte, maar zeg bijvoorbeeld: tussen 3 en 4 uur gaan we naar huis. Dus onthoudt: als er toch veranderingen plaatsvinden in de planning, bespreek dit dan met je kind. Dit is belangrijk voor alle kinderen, maar extra belangrijk voor kinderen met autisme.

Punten van herkenning
Zelfs als je alles voorbereid kan een feestdag nog steeds een heftige ervaring zijn voor iemand met autisme. Om toch wat houvast te kunnen bieden is het fijn als er bepaalde onderdelen van zijn of haar vaste structuur terug te zien zijn op deze dag. Een goed voorbeeld is de bedtijd, of ’s middags de hond uitlaten. Op die manier zijn er kleine punten van herkenning, die bekend zijn en waar geen verrassingen bij komen kijken. Even de hond uitlaten, zoals elke middag, kan even een rustpunt vormen. Ook even lekker een boek lezen of eventjes samen een spelletje spelen kan goed werken om even te ontspannen.

Wat doe jij het liefste op een feestdag? Of wat vind je absoluut niet leuk? Laat het me weten en misschien kan ik je verder helpen.