Vrienden, vriendschappen en autisme

Vrienden zijn voor veel mensen onmisbaar. Een goede vriend om mee te lachen, te huilen en ervaringen samen te delen. Dus ook in het leven van jouw zoon of dochter met autisme zijn vrienden belangrijk! Hoewel zij soms andere eisen stellen aan een vriendschap en ook andere verwachtingen ervan zullen hebben, is het zeker niet waar dat kinderen met autisme liever alleen zijn. In dit artikel vertellen we jullie waarom kinderen met autisme soms andere dingen van een vriendschap verwachten, hoe je als ouder kan helpen, maar vooral ook hoe je als ouder soms een beetje vertrouwen moet hebben.

Autisme en sociale prikkelsVrienden en autisme

Veel mensen hadden toen ze opgroeiden (en nu vaak nog steeds) een beste vriend (of vrienden) en daar wilde je het liefst alles mee delen! Huiswerk maken is bijvoorbeeld zoveel leuker als je het samen doet. En die ene nieuwe film wil je allebei graag zien. Nieuwe kleren kopen kan natuurlijk ook niet zonder de adviezen van je beste vriend/vriendin. Ofwel, je zag en sprak elkaar vaak. Kinderen met autisme zijn hier een stuk terughouder in. Hoewel zij net zo graag een beste vriend willen, kost het voor veel kinderen met autisme meer energie om elke dag face-to-face sociaal contact te hebben met anderen. Een groot deel hiervan is te verklaren door de overprikkeling die kinderen met autisme vaak ervaren in sociale situaties. Lees meer over overprikkeling in dit artikel, of kijk dit filmpje om het zelf te ervaren. In een sociale situatie zitten zoveel verschillende prikkels dat het erg vermoeiend kan zijn voor iemand met autisme. Denk maar aan lichaamstaal, gesproken taal, de manier waarop iets wordt gezegd (sarcasme?), gezichtsuitdrukkingen en ga zo maar door. Dankzij deze overprikkeling hebben kinderen met autisme vaak andere eisen/verwachten van een vriendschap. Enkele voorbeelden:

  • Niet elke dag afspreken
  • Liever met 1 of 2 andere vrienden afspreken dan met een hele groep
  • Liever thuis afspreken dan bij anderen of op een openbare plek
  • Van te voren afspreken wat je gaat doen samen
  • Van te voren afspreken hoelang je iets gaat doen

Als ouder kan je soms het idee hebben dat jouw zoon of dochter helemaal geen vrienden heeft. Hij zit na school altijd alleen op zijn kamer spelletjes te spelen en neemt nooit eens iemand mee naar huis. Maak je niet meteen teveel zorgen! Het kan zijn dat jouw zoon of dochter elke dag met zijn vrienden aan het chatten is! Online spelletjes, chatprogramma’s en zelfs bellen via een spel of skype zijn voor kinderen met autisme prachtige manieren om een vriendschap te onderhouden met iemand zonder zich constant zorgen te moeten maken over al die sociale cues!

Vrienden
Vrienden en autisme

Dat kinderen met autisme wat andere eisen stellen aan hun vriendschappen wil zeker niet zeggen dat ze geen vrienden kunnen hebben. Soms komen de vriendschappen zelfs uit een onverwachte hoek. Bijvoorbeeld een jongen met ADHD die beste vrienden is met een jongen met autisme. Hoe kunnen twee jongens die zo verschillend zijn toch vrienden zijn? Eigenlijk draait het maar om 1 ding: begrip. Uiteraard zal iemand die een beetje hetzelfde is het sneller begrijpen wat jouw zoon of dochter van een vriendschap verwacht, maar denk hierom niet dat jouw zoon of dochter automatisch bevriend kan raken met iemand die ook autisme heeft. De andere belangrijke basis van een vriendschap blijft namelijk toch gedeelde interesses. Als iemand van dezelfde films en spelletjes houdt is het makkelijker om met die persoon vrienden te worden dan iemand die van heel andere dingen houdt, maar wel dezelfde eisen stelt aan een vriendschap.

Helpen

Als ouder kan je natuurlijk een beetje helpen om de vriendschappen tot stand te laten komen en te behouden. Probeer bijvoorbeeld met jouw zoon of dochter te praten over de verwachtingen die hij heeft van een vriendschap en maak ook duidelijk dat hij of zij deze ook kan vertellen aan zijn of haar vriend. Eventueel kan je als ouder contact opnemen met de ouders van de vriend om te overleggen. Het belangrijkste is dat je als ouder niet te veel invloed gaat uitoefenen op de vriendschap. Probeer er te zijn als jouw kind erover wil praten en start misschien zelf een gesprek als je merkt dat het echt nodig is, maar laat jouw zoon of dochter zoveel mogelijk zelf doen. Als ouder kan je wel helpen door bijvoorbeeld te zeggen dat vrienden bij jullie altijd welkom zijn. Of wat coulanter te zijn over de computertijd als dat de manier is waarop jouw zoon of dochter communiceert met zijn vrienden. Zo creëer je een veilige basis voor jouw kind om vriendschappen te maken en te onderhouden zonder dat je, je als ouder teveel ermee hoeft te bemoeien.

Neurofeedback en autisme

Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die in alle gebieden van een leven tot uiting komt. Wanneer jouw kind een stoornis in het autisme spectrum heeft, kunnen er zich dus op veel verschillende gebieden problemen voor doen. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat de hersenen van mensen met autisme op een andere manier werken dan bij angry-boymensen zonder autisme. Prikkels komen anders binnen, mensen met autisme letten veel meer op de details dan het grote geheel.

Er is veel onderzoek gedaan om een manier te vinden om het leven met een autisme spectrum stoornis makkelijker te maken, want autisme genezen kan natuurlijk niet. Daar is de stoornis veel te complex voor. Veel van de behandelingen voor autisme zijn gericht op het sociale aspect: hoe kan mijn kind leren omgaan in sociale situaties, of hoe vergroot ik de zelfredzaamheid van mijn kind. Deze behandelingen en trainingen pakken maar een gedeelte van de stoornis aan. Hierbij wordt de  lichamelijke kant niet meegenomen.

Neurofeedback-training

IMG_4395
Bianca als proefkonijn voor mijn EEG onderzoek

Tegenwoordig is er ook een behandelmethode die zich richt op de hersengolven van kinderen met autisme. Dit wordt ook wel neurofeedback-training genoemd. Hersengolven kun je meten met een EEG onderzoek. Bij een EEG onderzoek heb je kapje op je hoofd waarop allerlei elektroden zijn verbonden. Iedere elektrode is weer gelinkt aan een stukje van de hersenen. De elektroden meten de activiteit van dat stuk van de hersenen, en zo kunnen de onderzoekers er achter komen welk stuk van de hersenen actief is wanneer er bijvoorbeeld een prikkel wordt getoond. Dit is ook de basis van de neurofeedback-training. Bij sommige kinderen met autisme wijken de hersengolven af in vergelijking met kinderen zonder autisme. Vanwege de grote verschillen bij kinderen met autisme zijn er natuurlijk ook veel verschillen te zien in het hersenbeeld bij kinderen met autisme. Maar uit onderzoek blijkt wel dat bij kinderen en volwassenen met autisme de activiteit in het achterste gedeelte van de hersenen afwijkt. Juist dit gedeelte speelt een belangrijke rol bij de verwerking van sociale informatie uit de omgeving. Een training duurt ongeveer 30 minuten, waarop je op een fijne stoel kan zitten. Je kijkt naar een beeldscherm waarop meestal een soort videospel wordt afgespeeld. Tijdens de neurofeedback-training worden de hersengolven in de gaten gehouden, en wanneer de activiteit op een gewenst niveau zit, wordt het kind beloond door middel van een beeld of signaaltje. Het is de bedoeling dat je hierdoor zo wordt getraind, dat de hersenen op een “gezonde” activiteit gaan functioneren. De training is geheel pijnloos. Wanneer de training is afgelopen zal er worden uitgelegd hoe de training is verlopen en zal de neurofeed-back trainer ook de hersenactiviteit laten zien.

Resultaten

Naar neurofeedback-training wordt nog heel veel onderzoek gedaan. Op dit moment is het nog niet geheel bewezen dat het echt een effectieve manier van behandelen is, want hier is nog meer onderzoek voor nodig. Wel zijn de eerste resultaten veelbelovend. Uit een aantal onderzoeken blijkt namelijk er bij ongeveer 80% van de mensen die de training hebben ondergaan een afname is van klachten. Bijvoorbeeld een verbetering van de prikkelverwerking. Kinderen met autisme leren op deze manier om prikkels beter te filteren, waardoor hun hoofd minder wordt overspoeld door een teveel aan informatie en details. Ook lijkt er een afname te zijn in stereotiep en repetitief gedrag. Een belangrijk resultaat is ook de verbetering van aandacht en concentratie, wat met name bij kinderen met autisme en ADHD een groot pluspunt kan zijn. Ook kan neurofeedback-training helpen bij het plannen en organiseren van het eigen gedrag. Wanneer je al deze verbeteringen op een rijtje zet, kun je wel begrijpen dat dit ook leidt tot verbeteringen bijvoorbeeld op school en op andere vlakken.

 

Hier een filmpje over neurofeedback in de praktijk, van een kind met ADHD.

Verkeer en autisme

Kunnen verkeer en autisme wel samengaan? In het verkeer gebeurt van alles en op drukke kruispunten kan het soms erg on overzichtelijk worden. Verkeerslichten die verspringen of misschien zelfs oranje knipperen, zebrapaden, haaientanden, verkeersborden met allerlei informatie, auto’s die toeteren, fietsers die overal doorheen crossen en voetgangers die alleen met hun mobiel bezig zijn. Voor kinderen met autisme kan een druk kruispunt om deze reden een angstaanjagende plek zijn. In dit artikel willen we als eerste uit leggen waarom het zo verwarrend kan zijn voor iemand met autisme om bij een druk kruispunt te moeten oversteken. Uiteraard geven we je ook weer tips over hoe je als ouder jou zoon of dochter kan helpen in het verkeer.

Druk, druk, drukverkeer autisme

Zoals we in een vorig artikel uitlegde, nemen kinderen met autisme prikkels anders waar. Het vallen van een potlood kan klinken als het vallen van een pan en een ferme handdruk voelt alsof de hand vastzit in een duimschroef. In een drukke verkeerssituatie vliegen de prikkels je natuurlijk om de oren. In deze stormvloed van prikkels is het voor kinderen met autisme lastig om ze allemaal uit elkaar te houden, betekenis te geven, en te beslissen welke prikkel voorrang verdient. Zo is het voor ons waarschijnlijk erg logisch dat wanneer we een sirene horen, we opzoek gaan waar het geluid vandaan komt, en eventueel aan de kant gaan als dit nodig blijkt. Als iemand met autisme net bezig is om over te steken, kan het zijn dat al zijn energie gaat naar maken van deze actie. Hij kijkt naar het verkeerslicht, steekt over wanneer het groen is en hoopt dat hij snel aan de overkant is. De ambulance die met loeiende sirene’s komt aanrijden, krijgt van hem geen aandacht meer.

Helpen

Een paar negatieve ervaringen, zoals hierboven beschreven, in het verkeer kunnen ervoor zorgen dat iemand met autisme drukke kruispunten gaat vermijden of zelfs niet meer alleen de straat op durft. De straat is een enge en onveilige plek geworden. Als ouder van een kind met autisme kan het net zo eng zijn om jou zoon of dochter de deur uit te zien gaan, wetende dat ze een druk kruispunt moeten trotseren onderweg naar school. Om deze reden geven we jullie graag een paar tips over hoe je de angst voor het verkeer bij jou kind kan weghalen!verkeer autisme2

  • Reis mee: In het begin is het simpelweg het verstandigst om gewoon een paar keer mee te gaan. Bijvoorbeeld bij de overgang naar een nieuwe school, en dus een nieuwe woon-school route. voor het verkennen van een nieuwe route kan je het volgende stappenplan aanhouden (de eerste paar stappen kan je het beste in de vakantie oefenen).
    1. Fiets of loop de route eerst 1 a 2 keer op een rustig moment (bijvoorbeeld zondagochtend). Zo is de eerste “kennismaking” met de route hopelijk een rustige. Als jouw kind de route uit zijn hoofd kent (en niet meer perongeluk links gaat waar hij rechts had moeten gaan) kan je door naar de volgende stap.
    2. Fiets of loop de route op een druk moment, maar nog niet op een moment dat het “noodzakelijk” is. Hiermee bedoelen we dat je de route enkel wil afleggen om aan het einde eigelijk weer om te keren en naar huis te gaan. Er is nog geen druk van “op tijd op school/werk komen”. Jullie kunnen de route samen rustig afleggen en kijken wat er anders is op een druk moment. Zijn er meer auto’s, fietsers, voetgangers? Is er meer geluid? Houdt iedereen zich aan de regels? Als de route ook op een druk moment goed gaat is het tijd voor de volgende stap!
    3. Het is tijd voor de eerste schooldag! Vertrek de eerste paar dagen ruim op tijd van huis en reis ook nog mee met jouw zoon of dochter. Eventueel kan je zelfs afspreken dat je op een afstand van 5 meter “volgt”. Dat mag jouw kind alle beslissingen in het verkeer zelf nemen, maar ben je als ouder toch nog veilig dichtbij. Gaat ook dit goed? Tijd voor de laatste stap.
    4. Alleen reizen: De moeilijkste stap voor zowel kind als ouder. Tijd om het alleen te gaan doen!
  • Laat anderen meereizen: Altijd door je moeder of vader naar school gebracht worden is natuurlijk niet cool. Maar met een groepje vrienden naar school fietsen is prima. Moedig het als ouder aan om met vrienden of klasgenoten samen naar school te reizen. In een groepje kan jouw zoon of dochter iets meer vertrouwen op de acties die zij maken in het verkeer. LET OP: Soms kan het meefietsen in een groep juist voor nog meer stress zorgen. Zeker als dit een druk groepje is dat graag stukjes afsnijdt, gilt naar vrienden die aan de overkant fietsen, of het zelf niet zo nauw nemen met de verkeersregels. Het is een beetje puzzelen wat het beste werkt voor jouw zoon of dochter. Lekker rustig alleen fietsen, of in een vertrouwd groepje.verkeer autisme3
  • Verkeersregels: Bespreek de verkeersregels goed met jouw zoon of dochter. Wat is leidend: de verkeerslichten of het zebrapad? En wat als de verkeerslichten oranje knipperen? Wat als je een sirene hoort? Heeft iedereen van rechts altijd voorrang? Je kan eerst de regels bespreken die vooral van belang zijn voor de route die jouw kind vaak moet reizen. Gaat jouw zoon of dochter steeds vaker alleen op pad, naar steeds verschillende adressen (naar de sportvereniging, naar vrienden, naar het voetbalveldje etc) dan kan je de verkeersregels nog een keer wat meer globaal bespreken.
  • Beloningen: We noemen ze best vaak in onze artikelen, maar beloningen helpen dan ook vaak zo goed! Een week lang helemaal alleen naar van en naar school gefietst? Dan eten we vrijdagavond lekker patat (of friet).
  • Hulpmiddelen: Er zijn allerlei hulpmiddelen die jouw kind kunnen helpen in het drukke verkeer. Bijvoorbeeld een app met de route zodat je de weg niet vergeet. Of een koptelefoon zodat alle geluiden wat gedempter binnenkomen. Mocht er toch iets gebeuren, dan is het fijn als jouw kind een auti-pas bij zich heeft zodat iedereen jouw kind gericht kan helpen.

Hopelijk wordt het reizen in het verkeer met deze tips weer wat minder eng. In een volgend artikel zullen we tips geven voor het reizen in het OV!

 

Behandelingen en autisme

Wanneer jouw zoon of dochter een diagnose in het autisme spectrum stoornis krijgt, betekent het niet dat hij of zij meteen in therapie moet gaan. Er bestaat ook geen behandeling om autisme te genezen. De behandeling of begeleiding voor kinderen met autisme is er vooral op gericht om bijkomende problemen te verminderen. Het kan zijn dat jouw kind op dit moment geen problemen ondervindt in bijvoorbeeld de sociale omgang of op school. Wanneer er wel problemen beginnen te ontstaan en je aan behandeling of begeleiding zit te denken, is het handig om vooraf na te gaan wat de mogelijkheden zijn. Er zijn veel verschillende vormen, die zich op de verschillende probleemgebieden richten. In dit artikel zal ik een aantal trainingen en tJeri+Johnsonherapieën op een rijtje zetten.

TOM-training

De ‘theory of mind‘ ofwel TOM staat centraal bij deze training. TOM is het vermogen van iemand om zich in te kunnen leven in de ander, en kunnen bedenken dat de ander gevoelens en gedachten heeft die anders kunnen zijn dan je eigen gevoelens en gedachten. Sommige kinderen met autisme kunnen hier moeite mee hebben, en bij hen moet de TOM nog wat ontwikkelen. In de TOM-training leren deze kinderen bijvoorbeeld om emoties te herkennen en hoe je in sommige sociale situaties kan reageren. Meestal bestaat de training uit een aantal groepssessies en oefeningen voor thuis. De training is geschikt voor kinderen van 5 tot 12 jaar.

ABA-training

Applied Behavior Analysis, ofwel ABA-training is een training gericht op de ontwikkeling van het kind met autisme. De training bestaat uit oefeningen die helpen bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld zelfredzaamheid, sociale vaardigheden, maar ook schoolse vaardigheden. Op een spelende manier wordt het kind gestimuleerd door middel van beloning en positieve feedback. Hierdoor leert het kind op een leuke manier nieuw gedrag aan die hij of zij ook in andere situaties kan gebruiken. Het is een intensieve langdurige training die 1 op 1 wordt gegeven door een begeleiders die hiervoor een cursus hebben gevolgd. Ook de ouders spelen een rol in de training en krijgen oefeningen van de ABA-trainer. Geschikt voor elke leeftijd.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie kan worden ingezet bij hoog functionerende kinderen vanaf 12 jaar met autisme. In de therapie leert het kind op een andere manier denken over een bepaalde gebeurtenis. Deze gebeurtenis wekt gedachten en gevoelens op en aan de hand hiervan reageert een kind met een bepaald gedrag. Wanneer het kind samen met de therapeut op een andere manier over de gebeurtenis leert denken, heeft dit ook effect op de gevoelens en het gedrag van het kind. Op deze manier leert het kind ander gedrag aan. De behandeling bestaat uit een aantal 1 op 1 sessies met een psycholoog of psychotherapeut.

PRT-behandeling1180112_61021861

De pivotal response treatment is een behandeling voor kinderen met autisme en richt zich op het ontwikkelen en vergroten van de interactie met anderen. Net als bij ABA-training wordt de interactie beloond waardoor kinderen steeds meer interactiegedrag laten zien. Op deze manier leert het kind op een leuke manier nieuwe sociale vaardigheden aan en wordt het zelfvertrouwen vergroot. In de behandeling spelen de ouders de belangrijkste rol. De begeleider leert aan ouders hoe en wat zij moeten doen. De ouders spelen vervolgens met het kind en leren hen zo nieuwe vaardigheden aan. Geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.

Zoals je kunt lezen richten deze trainingen en behandelingen zich vooral op de sociale vaardigheden van het kind. Er zijn ook een aantal behandelingen die zich richten op de biologische kant van autisme, zoals neurofeedback training en het gebruik van medicijnen. Hierover zal binnenkort een artikel over worden gepubliceerd.

Leerstoornissen en autisme

Veel kinderen en jongeren met autisme krijgen in hun leven te maken met zogenaamde comorbide stoornissen. Deze comorbide stoornissen zijn stoornissen waar je meer “vatbaar” voor bent als je al een andere stoornis hebt. Soms komt dit omdat stoornissen op elkaar lijken of een bepaalde overlap hebben (autisme en ADHD) of omdat stoornissen een oorzaak-gevolg relatie kunnen hebben
(autisme en depressie). Ook bij autisme zijn enkele comorbide stoornissen bekend. Deze zijn:

Leerstoornissen zijn stoornissen die vooral tijdens het leren leerstoornissen en autisme1een grote rol spelen. Onder leerstoornissen vallen bijvoorbeeld dyslexie en dyscalculie. Verwar een leerstoornis niet met een leerprobleem! Bij de eerste ga je ervan uit dat iemand hiermee geboren is en er de rest van zijn leven mee te maken zal hebben. Een leerprobleem is echter iets wat een gevolg kan zijn van de omgeving en wat opgelost kan worden. Ongeveer 14% van de mensen met autisme hebben ook last een leerstoornis.

Dyslexie en dyscalculie

Mensen met dyslexie hebben moeite met het lezen van woorden doordat zij bijvoorbeeld letters omdraaien of doordat ze het moeilijk vinden om een letter te linken aan een klank. Mensen met dyscalculie hebben juist moeite met het begrijpen of “lezen” van getallen en wiskundige formules en een minder sterk ruimtelijk inzicht. Zowel dyslexie als dyscalculie komen voor bij ongeveer 2% van de bevolking. Soms komen ze ook samen voor. Ook kinderen met autisme hebben soms last van dyslexie en/of dyscalculie, maar het is vaak moeilijk om dit te diagnosticeren. Wanneer is er namelijk echt sprake van dyslexie en wanneer is een leerprobleem te wijten aan autisme?

Leerstoornissen en autismeleerstoornissen en autisme

Mensen met autisme hebben vaak moeite met het verwerken van informatie en nog specifieker: in het verwerken van taal. Hierdoor kan het soms lang duren voordat de diagnose dyslexie gesteld wordt bij iemand die al gediagnosticeerd is met autisme. Toch kunnen de twee absoluut samen voorkomen! Kinderen met enkel autisme hebben waarschijnlijk meer problemen met het begrip van taal. Wat wordt er precies vertelt met een verhaal? Kinderen met dyslexie hebben daarnaast ook moeite met het lezen van een enkel woord. Niet alleen het begrijpen van een woord is moeilijk, maar ook het omzetten van de geschreven tekst in een klank. Hetzelfde geldt voor dyscalculie. Kinderen met autisme kunnen moeite hebben met het verwerken van verbale informatie waardoor het het snappen van een som lastig wordt als deze enkel verbaal wordt uitgelegd. Toch kunnen kinderen met autisme ook zeker last hebben van dyscalculie. Dit kan zich uitte door het vaak omdraaien van getallen of het moeite hebben met ruimtelijk inzicht.

Tipsleerstoornissen en autisme2

  • Als je een vermoeden hebt van dyslexie of dyscalculie bij jouw kind, laat dit dan altijd testen! Hulpverleners kun jouw zoon of dochter namelijk veel beter helpen met hun problemen als ze weten dat jouw kind ook dyslexie of dyscalculie heeft.
  • Probeer lezen en rekenen leuk te maken. Niet eindeloos stampen en proberen, maar korte leuke ervaringen met taal en rekenen zijn veel effectiever. Probeer bijvoorbeeld een leuk spel te vinden dat ook taal of rekenen traint. Kijk voor een uitgebreide lijst met leerzame spellen eens op deze website.
  • Een stripboek lezen is ook lezen! Helpen met de boodschappen of een taart bakken kan ook enige rekenkennis vergen. Moedig dit soort dingen dan ook zeker aan.
  • Vraag om vergrote werkboeken en toetsen en vraag ook om extra tijd voor het huiswerk of de toets. Bij een vreemde taal kan er zelfs gevraagd worden of er bij bepaalde toetsen vooral fonetisch kan worden nagekeken.
  • Puzzelen en knutselen trainen het ruimtelijk inzicht. Probeer dit daarom lekker vaak te doen met jouw zoon of dochter.