Verkeer en autisme

Kunnen verkeer en autisme wel samengaan? In het verkeer gebeurt van alles en op drukke kruispunten kan het soms erg on overzichtelijk worden. Verkeerslichten die verspringen of misschien zelfs oranje knipperen, zebrapaden, haaientanden, verkeersborden met allerlei informatie, auto’s die toeteren, fietsers die overal doorheen crossen en voetgangers die alleen met hun mobiel bezig zijn. Voor kinderen met autisme kan een druk kruispunt om deze reden een angstaanjagende plek zijn. In dit artikel willen we als eerste uit leggen waarom het zo verwarrend kan zijn voor iemand met autisme om bij een druk kruispunt te moeten oversteken. Uiteraard geven we je ook weer tips over hoe je als ouder jou zoon of dochter kan helpen in het verkeer.

Druk, druk, drukverkeer autisme

Zoals we in een vorig artikel uitlegde, nemen kinderen met autisme prikkels anders waar. Het vallen van een potlood kan klinken als het vallen van een pan en een ferme handdruk voelt alsof de hand vastzit in een duimschroef. In een drukke verkeerssituatie vliegen de prikkels je natuurlijk om de oren. In deze stormvloed van prikkels is het voor kinderen met autisme lastig om ze allemaal uit elkaar te houden, betekenis te geven, en te beslissen welke prikkel voorrang verdient. Zo is het voor ons waarschijnlijk erg logisch dat wanneer we een sirene horen, we opzoek gaan waar het geluid vandaan komt, en eventueel aan de kant gaan als dit nodig blijkt. Als iemand met autisme net bezig is om over te steken, kan het zijn dat al zijn energie gaat naar maken van deze actie. Hij kijkt naar het verkeerslicht, steekt over wanneer het groen is en hoopt dat hij snel aan de overkant is. De ambulance die met loeiende sirene’s komt aanrijden, krijgt van hem geen aandacht meer.

Helpen

Een paar negatieve ervaringen, zoals hierboven beschreven, in het verkeer kunnen ervoor zorgen dat iemand met autisme drukke kruispunten gaat vermijden of zelfs niet meer alleen de straat op durft. De straat is een enge en onveilige plek geworden. Als ouder van een kind met autisme kan het net zo eng zijn om jou zoon of dochter de deur uit te zien gaan, wetende dat ze een druk kruispunt moeten trotseren onderweg naar school. Om deze reden geven we jullie graag een paar tips over hoe je de angst voor het verkeer bij jou kind kan weghalen!verkeer autisme2

  • Reis mee: In het begin is het simpelweg het verstandigst om gewoon een paar keer mee te gaan. Bijvoorbeeld bij de overgang naar een nieuwe school, en dus een nieuwe woon-school route. voor het verkennen van een nieuwe route kan je het volgende stappenplan aanhouden (de eerste paar stappen kan je het beste in de vakantie oefenen).
    1. Fiets of loop de route eerst 1 a 2 keer op een rustig moment (bijvoorbeeld zondagochtend). Zo is de eerste “kennismaking” met de route hopelijk een rustige. Als jouw kind de route uit zijn hoofd kent (en niet meer perongeluk links gaat waar hij rechts had moeten gaan) kan je door naar de volgende stap.
    2. Fiets of loop de route op een druk moment, maar nog niet op een moment dat het “noodzakelijk” is. Hiermee bedoelen we dat je de route enkel wil afleggen om aan het einde eigelijk weer om te keren en naar huis te gaan. Er is nog geen druk van “op tijd op school/werk komen”. Jullie kunnen de route samen rustig afleggen en kijken wat er anders is op een druk moment. Zijn er meer auto’s, fietsers, voetgangers? Is er meer geluid? Houdt iedereen zich aan de regels? Als de route ook op een druk moment goed gaat is het tijd voor de volgende stap!
    3. Het is tijd voor de eerste schooldag! Vertrek de eerste paar dagen ruim op tijd van huis en reis ook nog mee met jouw zoon of dochter. Eventueel kan je zelfs afspreken dat je op een afstand van 5 meter “volgt”. Dat mag jouw kind alle beslissingen in het verkeer zelf nemen, maar ben je als ouder toch nog veilig dichtbij. Gaat ook dit goed? Tijd voor de laatste stap.
    4. Alleen reizen: De moeilijkste stap voor zowel kind als ouder. Tijd om het alleen te gaan doen!
  • Laat anderen meereizen: Altijd door je moeder of vader naar school gebracht worden is natuurlijk niet cool. Maar met een groepje vrienden naar school fietsen is prima. Moedig het als ouder aan om met vrienden of klasgenoten samen naar school te reizen. In een groepje kan jouw zoon of dochter iets meer vertrouwen op de acties die zij maken in het verkeer. LET OP: Soms kan het meefietsen in een groep juist voor nog meer stress zorgen. Zeker als dit een druk groepje is dat graag stukjes afsnijdt, gilt naar vrienden die aan de overkant fietsen, of het zelf niet zo nauw nemen met de verkeersregels. Het is een beetje puzzelen wat het beste werkt voor jouw zoon of dochter. Lekker rustig alleen fietsen, of in een vertrouwd groepje.verkeer autisme3
  • Verkeersregels: Bespreek de verkeersregels goed met jouw zoon of dochter. Wat is leidend: de verkeerslichten of het zebrapad? En wat als de verkeerslichten oranje knipperen? Wat als je een sirene hoort? Heeft iedereen van rechts altijd voorrang? Je kan eerst de regels bespreken die vooral van belang zijn voor de route die jouw kind vaak moet reizen. Gaat jouw zoon of dochter steeds vaker alleen op pad, naar steeds verschillende adressen (naar de sportvereniging, naar vrienden, naar het voetbalveldje etc) dan kan je de verkeersregels nog een keer wat meer globaal bespreken.
  • Beloningen: We noemen ze best vaak in onze artikelen, maar beloningen helpen dan ook vaak zo goed! Een week lang helemaal alleen naar van en naar school gefietst? Dan eten we vrijdagavond lekker patat (of friet).
  • Hulpmiddelen: Er zijn allerlei hulpmiddelen die jouw kind kunnen helpen in het drukke verkeer. Bijvoorbeeld een app met de route zodat je de weg niet vergeet. Of een koptelefoon zodat alle geluiden wat gedempter binnenkomen. Mocht er toch iets gebeuren, dan is het fijn als jouw kind een auti-pas bij zich heeft zodat iedereen jouw kind gericht kan helpen.

Hopelijk wordt het reizen in het verkeer met deze tips weer wat minder eng. In een volgend artikel zullen we tips geven voor het reizen in het OV!

 

Hulpmiddelen voor autisme

Er zijn veel manieren om kinderen met autisme te helpen met hun prikkelverwerking. Niet alleen door trainingen en therapieën, maar ook door het gebruik van handige hulpmiddelen. In dit artikel zullen we aantal van deze hulpmiddelen toelichten. Hoe en waarom werken ze, en waar kan je ze bestellen (of zelf maken!)?

Koptelefoon

Veel kinderen met autisme hebben last van harde, plotselinge of simpelweg irritante geluiden om hen hulpmiddelenheen. Bijvoorbeeld het geluid van een vrachtwagen die achteruit rijdt, een grasmaaier, een motor die voorbij scheurt, maar ook het tikken van een klok of het gekuch van de buurman. Als ouder kan je niet altijd voorkomen dat je kinderen met dit soort geluiden geconfronteerd worden. Daarom is een koptelefoon voor veel kinderen met autisme een uitkomst! Laat jouw kind zijn koptelefoon opzetten als je hem of haar bijvoorbeeld mee neemt met boodschappen, of naar een drukke verjaardag gaat. Thuis kan de koptelefoon meestal gewoon af. Als je de koptelefoon gebruikt naast een therapie of training, kan je het gebruik hiervan zelfs langzaam afbouwen. Een goede, geluiddempende koptelefoon kan je bestellen op deze website.
In plaats van deze koptelefoon kan je jouw zoon of dochter ook een “gewone” koptelefoon laten dragen. Sluit deze aan op hun telefoon, ipod of mp3-speler en ze kunnen lekker naar hun eigen muziek luisteren. Deze muziek kan de storende omgevingsgeluiden overstemmen.

Squease vest

Soms komt er zoveel informatie binnen dat jouw zoon of dochter met autisme het allemaal even niet meer kan verwerken. Het liefst geef je ze op zo’n moment natuurlijk een flinke knuffel, maar sommige kinderen met autisme worden dan alleen nog maar meer gestrest! Het squease vest is hier een oplossing voor. Als jouw zoon of dochter in een spannende, drukke of nieuwe situatie is, kunnen ze hun squease vest (die onder hun eigen kleren zit) wat oppompen zodat ze extra druk voelen op hun bovenlijf. Net alsof ze zichzelf een stevige knuffel geven. Het werkt eigenlijk hetzelfde als bij een baby die rustig wordt als hij of zij stevig in een doek worden gewikkeld. Het squease vest en al zijn accesoires kan je bestellen of huren op deze website.
In plaats van een squease vest kan je ook zelf een verzwaard vest maken door bijvoorbeeld zakjes zand in een vestje te naaien. Een reiskussentje vullen met zand wordt ook wel eens gedaan. In plaats van een vest kan je ook een verzwaarde deken gebruiken (of zelfs een verzwaarde grote teddybeer). Ook deze kan je zelf maken door zand of kersenpitten in een deken te naaien.

Friemel-speelgoed

Zit jouw zoon of dochter altijd wel ergens aan te friemelen? Dan is hij of zij waarschijnlijk op zoek naar wat

hulpmiddelen auto

extra prikkels en is het waarschijnlijk een goed idee om friemel-speelgoed voor ze te kopen! Dankzij dit speelgoed kan jouw kind altijd “iets” doen als ze eigenlijk “niets” mogen doen. Bijvoorbeeld als ze stil moeten zitten op school, of als ze een lange rit moeten maken in de auto. Ook in spannende en drukke situaties kan dit speelgoed een kalmerend effect hebben door jouw zoon of dochter een beetje af te leiden van de dingen die om hen heen gebeuren. Je kan het friemel-speelgoed bestellen op speciale website als dezeof deze, maar je kan natuurlijk ook gewoon de eerste de beste speelgoed winkel inlopen en een speeltje zoeken dat klein is (het liefst past het in een broekzak), weinig tot geen geluid maakt, en uitnodigt tot aanraken of puzzelen. Denk bijvoorbeeld aan een kleine rubix cube, een stressballetje of een tangle. Laat je zoon of dochter vooral zelf kiezen wat ze fijn vinden en zorg ervoor dat je meerdere friemels in huis hebt. Als eentje dan saai begint te worden kan je meteen de volgende pakken!

Soluss

Niet alleen kinderen met autisme vinden het af en toe moeilijk om te moeten concentreren op hun hulpmiddelen solussschoolwerk als er zoveel interessante dingen om hen heen gebeuren! Een oplossing hiervoor is een soluss. Dit is een scherm die je op je bureau kan zetten zodat je minder afleiding ervaart van wat er in de rest van de klas gebeurt. Deze schermen worden soms al gebruikt tijdens toetsen, maar ze kunnen natuurlijk veel vaker worden gebruikt! Een mooi scherm kan je kopen op deze website. Op de website kan je nog meer hulpmiddelen vinden die kunnen helpen op school, zoals een prikkelarme agenda!

Weet jij nog meer handige hulpmiddelen die ook in dit artikel thuishoren? Laat het ons dan weten!

ADHD en autisme

Veel kinderen en jongeren met autisme krijgen in hun leven te maken met zogenaamde comorbide stoornissen. Deze comorbide stoornissen zijn stoornissen waar je meer “vatbaar” voor bent als je al een andere stoornis hebt. Soms komt dit omdat stoornissen op elkaar lijken of een bepaalde overlap hebben (autisme en ADHD) of omdat stoornissen een oorzaak-gevolg relatie kunnen hebben
(autisme en depressie). Ook bij autisme zijn enkele comorbide stoornissen bekend. Deze zijn:

Autisme en ADHD komen niet alleen vaak samen voor, de twee stoornissen lijken in sommige gebieden ook veel op elkaar. Ongeveer 31% procent van de kinderen met autisme voldoet ook aan de criteria van ADHD. In dit artikel zal worden uitgelegd wat ADHD precies betekend en inhoudt, en wat de overlap tussen ADHD en autisme is. Als laatste zal er, zoals altijd, wat tips worden geven.

ADHDADHD en autisme

Misschien heb je wel eens gehoord van de uitdrukking “alle dagen heel druk”. Deze uitdrukking vat goed samen hoe veel mensen ADHD zien; drukke en chaotische mensen. Maar ADHD is zoveel meer dan alleen “druk zijn”. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. ADD is een stoornis die veel lijkt op ADHD, maar dan zonder de hyperactiviteit. Het drukke en chaotische gedrag dat mensen met ADHD vertonen is eigenlijk een gevolg, en geen oorzaak. De drie gevolgen waar mensen met ADHD vaak “last” van hebben zijn:

  • Moeite met concentratie
  • Hyperactiviteit of lichamelijke onrust
  • Impulsiviteit

Mensen met ADD hebben minder last van de laatste twee. De oorzaken van ADHD zijn terug te vinden in hersengebieden en neurotransmitters. In een makkelijkere uitleg: mensen met ADHD hebben vaak moeite met de prikkelverwerking. Ze krijgen vaak te weinig prikkels binnen en zijn constant opzoek naar meer prikkels.

Overeenkomsten ADHD en Autisme

Prikkelverwerking wordt ook vaak besproken als het over autisme gaat! Waar kinderen met autisme echter teveel prikkels ervaren in het dagelijks leven, ervaren kinderen met ADHD juist te weinig prikkels. Hoe komt het dan dat veel kinderen met autisme ook voldoen aan de criteria van ADHD? Dit komt omdat de prikkelverwerking niet zo zwart-wit werkt zoals ik hierboven schreef. Ieder mens kan op vijf manieren prikkels uit zijn omgeving waarnemen (zicht, tast, smaak, geur en geluid). Maar waar een persoon een tikkende klok vreselijk irritant vindt, hoort een ander het niet eens. Hoe gevoelig je bent voor bepaalde prikkels verschilt erg per persoon. Iemand met autisme kan enorm gevoelig zijn voor geluiden en beelden, maar juist helemaal niet gevoelig zijn voor tast. Deze persoon zal zich terugtrekken van harde geluiden en een drukke omgeving met felle kleuren, maar rent graag rond en zit niet graag stil.

TipsADHD en autisme 1

Als jouw zoon of dochter kenmerken van ADHD vertoont dan kunnen de volgende tips misschien helpen.

  • Beloon goed gedrag. Stel dit niet uit, maar laat het meteen volgen op de goede actie. Iemand die ADHD heeft, kan niets met de belofte van 10 euro als hij een maand lang geen problemen op school heeft. Maar elke middag een complimentje als het een goede dag was op school werkt wel! Kinderen met ADHD zijn vaak extra gevoelig voor beloningen en complimentjes.
  • Geef jouw kind ruimte om even uit te razen. Na een dag stil te hebben gezeten op school is er niets lekkerder dan even een potje voetballen. Zorg ervoor dat er na schooltijd altijd even de ruimte is om lekker te rennen en te bewegen.
  • Wees duidelijk en kort. Als je graag iets gedaan wil krijgen van jouw zoon of dochter, zorg er dan voor dat je echt hun aandacht te pakken hebt. Noem hun naam aan het begin van je zin en zorg ervoor dat je oogcontact heb gemaakt. Maak je vraag ook zo kort mogelijk en noem liever één taak per keer.
  • Maak gebruik van een time-out. Kinderen met ADHD zijn naast beloningen ook vatbaar voor straffen. Ook hier geldt weer dat een straf wel direct op het gedrag moet volgen. Maak duidelijk waarom ze naar de time-out plek moeten en geef ook goed aan hoe lang ze hier moeten blijven (een timer kan hier bij helpen). Als de time-out over is, probeer dan niet eerst nog 10 minuten een gesprek aan te knopen over wat er net is gebeurd. Een excuus of een knuffel is goed genoeg.
  • Maak duidelijke regels. Als je elke dag kleine dingen verandert, is dit erg verwarrend voor kinderen met ADHD. Zeker als ze straf krijgen voor iets wat gisteren wel OK was, maar nu ineens niet meer. Wees dus duidelijk is wat wel en niet mag, en wees ook consequent met het bestraffen van verkeerd gedrag.

Overprikkeling en autisme

Autisme is voor iedereen anders, maar hoewel autisme er bij iedereen anders uit ziet hebben veel kinderen en jongeren met autisme last van hetzelfde: overprikkeling. Overprikkeling betekend eigenlijk dat er teveel prikkels binnenkomen. Zoveel dat ze niet meer allemaal goed verwerkt kunnen worden. Kinderen en jongeren met autisme hebben hier meer last van dan anderen mensen, omdat hun prikkelverwerking net iets anders staat “afgesteld”. Ze verwerken de prikkels die binnenkomen dus anders dan anderen mensen. In dit artikel leggen we uit hoe deze prikkelverwerking anders gaat bij kinderen en jongeren met autisme en geven we natuurlijk ook wat tips om overprikkeling te voorkomen.

Prikkelverwerking

Een voorbeeld dat ik altijd graag gebruik om de prikkelverwerking bij autisme uit te leggen gaat als volgt. Stel je loopt een woonkamer van een vriend binnen. Hij is net verhuisd, dus alles wat je ziet is nieuw. Je kijkt om je heen en ziet o.a. een bank, een boekenkast, een salontafel, een grote tv en een eettafel met stoelen. Dit alles zie je in een paar seconden en waarschijnlijk zie je het allemaal terwijl je naar de bank loopt om te gaan zitten. Voor iemand met autisme kan deze situatie heel anders gaan. Ze komen binnen en blijven even staan om alles op te nemen, want zij zien is namelijk: een boek, een boek, een fotolijst, een tijdschrift, een beeldje van een uil die grappig kijkt, een boek, een boek, een cd, een dvd en ga zo maar door. Mensen zonder autisme zien het gehele plaatje, terwijl mensen met autisme de details zien. Mensen zonder autisme filteren constant de informatie die binnenkomt; het is niet relevant om te onthouden welke boeken er in de boekenkast van jeoverprikkeling vriend staan, maar het is wel relevant om te weten waar de bank staat zodat je lekker kan neerploffen. Bij kinderen en jongeren met autisme werkt deze filtering een stuk minder streng;
In plaats van een zeef hebben zij een vergiet als filter waar bijna alles doorkomt en wordt opgeslagen als informatie. Nu heb ik het in dit voorbeeld over beelden die binnenkomen, maar hetzelfde gebeurt bij geluid, gevoel, smaak en ga zo maar door. Let op! Niet alleen overprikkeling kan voorkomen bij kinderen met autisme. Ook onderprikkeling komt bij sommige kinderen met autisme voor. In plaats van een te slappe filter, kunnen kinderen en jongeren met autisme ook een te strenge filter hebben en juist bijna alles buitensluiten.

Kort samengevat: kinderen en jongeren met autisme hebben moeite met het filteren van binnenkomende prikkels zoals geluid en beeld. Ze filteren de binnenkomende informatie te veel of te weinig en dit kan soms zorgen voor overprikkeling.

Overprikkeling voorkomen

Met de bovenstaande informatie kan je al snel een oplossing bedenken om deze overprikkeling te voorkomen. Door het aantal prikkels te verminderen, natuurlijk. Voordat je actief alle prikkels uit het leven van jouw zoon of dochter gaat verwijderen, is het wel belangrijk om te weten voor wat voor prikkels jouw zoon of dochter gevoelig is. Sommige kinderen en jongeren met autisme hebben heel veel last van geluid, terwijl anderen hier weinig tot geen last van hebben. Het heeft natuurlijk weinig nut om geluid te verminderen terwijl jouw zoon of dochter veel meer last heeft van een niet opgeruimde omgeving. Enkele tips die sowieso zorgen voor minder prikkels zijn:

  • Een opgeruimd en overzichtelijk huis
  • Een vaste structuur
  • Een week- of dag overzicht op een logische plaats in huis
  • Niet teveel agenda punten op één dag
  • Zo min mogelijk harde geluiden
  • Geen geluiden door elkaar (geen radio en tv tegelijk aan)
  • Niet teveel mensen tegelijk bij elkaar
  • Één vraag of opdracht per zin (niet: trek je schoenen uit, ga je handen wassen en eet daarna je boord. Maar: trek je schoenen uit. Goed zo, was nu je handen. Klaar? Ga maar zitten en eet je brood.)
  • Niet teveel keuze’s geven

Wat te doen bij overprikkeling

Soms is overprikkeling niet te voorkomen door bijvoorbeeld onverwachte herrie in de buurt (heggen die worden gesnoeid bijvoorbeeld) of door onvermijdelijke situaties zoals een druk kruispunt dat toch echt overgestoken moet worden. Probeer samen met jouw zoon of dochter op te letten op soverprikkeling2ignalen die overprikkeling aangeven. Bijvoorbeeld heel stil worden of juist heel druk en beweeglijk worden. In het begin zal je hier bij moeten helpen, maar na een tijdje voelt jouw zoon of dochter hopelijk zelf aan dat hij of zij overprikkeld raakt. Het kan helpen om dit gevoel een naam en een plaats te geven. Zo zal de drukte die ze vooral voelen in hun buik kunnen worden benoemd als angst. Zodra jouw zoon of dochter zelf kan herkennen wanneer ze overprikkeld raken, spreek dan af hoe ze jou kunnen waarschuwen en wat ze er zelf of met jou samen aan kunnen doen. Bijvoorbeeld door te zeggen “nu is het te druk” of “ik hoor teveel”. Probeer als eerste altijd om zo snel mogelijk uit de situatie weg te gaan. Kan je echt niet weggaan dan kan je deze tips proberen:

  • Bij teveel beelden: Leg een deken over het hoofd van je zoon of dochter of laat ze hun capuchon opzetten
  • Bij teveel geluid: Geef een mp3 speler met hun favoriete muziek die de andere geluiden kan overstemmen of zet gehoorbescherming op.
  • Bij teveel gevoel (denk aan een tochtje met een boot bijvoorbeeld): Laat je zoon of dochter iets stevig vast houden en zich daarop concentreren. Bij sommigen helpt het om stevig te knuffelen met iemand, maar bij anderen kan dit juist averechts werken!
  • Bij teveel smaak (dit kan ook een nare nasmaak zijn): Laat ze iets bekends eten dat een simpele smaak heeft. Zorg bijvoorbeeld dat je altijd wat water bij je hebt of een droge cracker.
  • Bij teveel mensen: Laat je zoon of dochter “onderduiken” onder bijvoorbeeld weer een deken zodat niemand met ze hoeft te praten.
  • Soms helpt het om een kalmerend ritueel te hebben. Bijvoorbeeld even samen een kort liedje zingen of even stevig knuffelen. Dan kan alle aandacht even daarnaartoe gaan en op die manier worden de andere prikkels overstemd en dus buitengesloten.

Dit zijn allemaal maar tijdelijke oplossingen voor overprikkeling. Het beste werkt het nog steeds om te proberen om de storende prikkels te verminderen of weg te halen.